BWBR0004209
Geldig vanaf 1987-09-11
Artikel 3
Regeling aanwijzing landschapselementen 1986
De aanwijzing in artikel 2, eerste lid, betreft niet:
a. landschapselementen die, gezien de toestand waarin zij verkeren, naar het oordeel van de minister uit een oogpunt van natuur- en landschapsbescherming niet van voldoende betekenis zijn;
b. beplantingen die naar het oordeel van de minister niet of nauwelijks medebepalend zijn voor het streekeigen karakter van de in artikel 2, eerste lid, genoemde gebieden;
c. beplantingen waarvoor op grond van de Beschikking vrijstelling meldings- en herplantplicht (Stcrt. 1982, 195) vrijstelling is verkregen van de verplichting tot herbeplanting.
a. landschapselementen die, gezien de toestand waarin zij verkeren, naar het oordeel van de minister uit een oogpunt van natuur- en landschapsbescherming niet van voldoende betekenis zijn;
b. beplantingen die naar het oordeel van de minister niet of nauwelijks medebepalend zijn voor het streekeigen karakter van de in artikel 2, eerste lid, genoemde gebieden;
c. beplantingen waarvoor op grond van de Beschikking vrijstelling meldings- en herplantplicht (Stcrt. 1982, 195) vrijstelling is verkregen van de verplichting tot herbeplanting.