BWBR0004201
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 3
Regeling inkomsten Uitkeringswet gewezen militairen
Bij de vaststelling van de in artikel 1omschreven inkomsten wordt:
a. elk inkomensbestanddeel van zowel de binnenlandse belastingplichtige alsook de buitenlandse belastingplichtige geacht binnen het Rijk te zijn verworven door een binnenlandse belastingplichtige;
b. in afwijking van het gestelde in artikel 5 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een inkomen of inkomensbestanddeel van een belastingplichtige nimmer toegerekend aan dat van de belastingplichtige echtgenoot of een andere belastingplichtige;
c. geen rekening gehouden met het bepaalde in artikel 37, lid 1, sub b, van laatstgenoemde wet;
d. rekening gehouden met het bepaalde in de artikelen 42 en 43 van die wet;
e. een inhouding krachtens of overeenkomstig de Inhoudingswet overheidspersoneel 1982 (Stb. 1981, 759) geacht niet te hebben plaatsgevonden;
f. buiten beschouwing gelaten: 1e. de uitkering krachtens of overeenkomstig de Interimregeling ziektekosten ambtenaren 1982 (Stb. 173);
2e. de door de werkgever op grond van artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet (Stb. 1964, 392) of een overeenkomstige regeling verschuldigde premie;
3e. op verzoek het overwerk uit dienstbetrekking, voor zover dat het gevolg is van een extra inspanning die uitgaat boven het normaal geldende aantal uren per week bij een volledige dagtaak en voor zover dat in redelijke verhouding staat tot het normale week- of maandloon;
4e. een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet;
5e. de onderhevelingstoeslag als bedoeld in de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies (Stb. 1989, 128).
1e. de uitkering krachtens of overeenkomstig de Interimregeling ziektekosten ambtenaren 1982 (Stb. 173);
2e. de door de werkgever op grond van artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet (Stb. 1964, 392) of een overeenkomstige regeling verschuldigde premie;
3e. op verzoek het overwerk uit dienstbetrekking, voor zover dat het gevolg is van een extra inspanning die uitgaat boven het normaal geldende aantal uren per week bij een volledige dagtaak en voor zover dat in redelijke verhouding staat tot het normale week- of maandloon;
4e. een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet;
5e. de onderhevelingstoeslag als bedoeld in de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies (Stb. 1989, 128).
a. elk inkomensbestanddeel van zowel de binnenlandse belastingplichtige alsook de buitenlandse belastingplichtige geacht binnen het Rijk te zijn verworven door een binnenlandse belastingplichtige;
b. in afwijking van het gestelde in artikel 5 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een inkomen of inkomensbestanddeel van een belastingplichtige nimmer toegerekend aan dat van de belastingplichtige echtgenoot of een andere belastingplichtige;
c. geen rekening gehouden met het bepaalde in artikel 37, lid 1, sub b, van laatstgenoemde wet;
d. rekening gehouden met het bepaalde in de artikelen 42 en 43 van die wet;
e. een inhouding krachtens of overeenkomstig de Inhoudingswet overheidspersoneel 1982 (Stb. 1981, 759) geacht niet te hebben plaatsgevonden;
f. buiten beschouwing gelaten: 1e. de uitkering krachtens of overeenkomstig de Interimregeling ziektekosten ambtenaren 1982 (Stb. 173);
2e. de door de werkgever op grond van artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet (Stb. 1964, 392) of een overeenkomstige regeling verschuldigde premie;
3e. op verzoek het overwerk uit dienstbetrekking, voor zover dat het gevolg is van een extra inspanning die uitgaat boven het normaal geldende aantal uren per week bij een volledige dagtaak en voor zover dat in redelijke verhouding staat tot het normale week- of maandloon;
4e. een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet;
5e. de onderhevelingstoeslag als bedoeld in de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies (Stb. 1989, 128).
1e. de uitkering krachtens of overeenkomstig de Interimregeling ziektekosten ambtenaren 1982 (Stb. 173);
2e. de door de werkgever op grond van artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswet (Stb. 1964, 392) of een overeenkomstige regeling verschuldigde premie;
3e. op verzoek het overwerk uit dienstbetrekking, voor zover dat het gevolg is van een extra inspanning die uitgaat boven het normaal geldende aantal uren per week bij een volledige dagtaak en voor zover dat in redelijke verhouding staat tot het normale week- of maandloon;
4e. een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet;
5e. de onderhevelingstoeslag als bedoeld in de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies (Stb. 1989, 128).