BWBR0004170
Geldig vanaf 1987-06-24
Artikel 3
Regeling beheer en vervreemding in landinrichtingsgebieden in uitvoering
1. Voor landinrichtingsgebieden in uitvoering voert het bureau het materieel beheer gedurende het tijdvak dat begint op de datum van verwerving van het land en eindigt met ingang van het kalenderjaar volgende op het jaar waarin het plan van toedeling van het betreffende blok ter visie is gelegd.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid voert:
a. het bureau het materieel beheer tot aan de datum waarop de akte van toedeling in de openbare registers wordt overgeschreven ten aanzien van land en de daarop aanwezige opstallen: welke worden aangewend voor niet agrarisch gebruik, voor zover niet opgenomen in het landinrichtingsplan dan wel het aanpassingsplan;
welke gelegen zijn binnen als zodanig aangewezen reservaatsgebieden;
welke worden aangewend voor uitgifte in erfpacht;
welke worden aangewend voor niet agrarisch gebruik, voor zover niet opgenomen in het landinrichtingsplan dan wel het aanpassingsplan;
welke gelegen zijn binnen als zodanig aangewezen reservaatsgebieden;
welke worden aangewend voor uitgifte in erfpacht;
b. de landinrichtingscommissie gedurende het tijdvak dat begint met het kalenderjaar volgende op het jaar waarin het landinrichtingsplan of een gedeelte daarvan dan wel het aanpassingsplan is vastgesteld en eindigt op de datum bedoeld in het derde lid, het materieel beheer ten aanzien van het land dat per kalenderjaar aangewend wordt voor: uitvoering van werken;
tijdelijke compensatie van grondgebruikers op wier grond werken worden uitgevoerd;
blijvende compensatie van grondgebruikers op wier grond werken zijn uitgevoerd als gevolg waarvan het gebruik niet meer mogelijk is;
oplossing van incidentele problemen bij de uitvoering van een landinrichtingsproject welke geen verband behoeven te hebben met de uitvoering van werken.
uitvoering van werken;
tijdelijke compensatie van grondgebruikers op wier grond werken worden uitgevoerd;
blijvende compensatie van grondgebruikers op wier grond werken zijn uitgevoerd als gevolg waarvan het gebruik niet meer mogelijk is;
oplossing van incidentele problemen bij de uitvoering van een landinrichtingsproject welke geen verband behoeven te hebben met de uitvoering van werken.
3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid voert de landinrichtingscommissie het materieel beheer gedurende het tijdvak dat begint met het kalenderjaar volgende op het jaar waarin het plan van toedeling van het betreffende blok ter visie is gelegd en eindigt op de datum waarop de akte van toedeling in de openbare registers wordt overgeschreven.
4. In die delen van het landinrichtingsgebied in uitvoering waar geen herverkaveling zal plaatsvinden, voert het bureau het materieel beheer zolang het bureau het land in eigendom of pacht heeft, met dien verstande dat dit land aan de landinrichtingscommissie in materieel beheer kan worden gegeven ten behoeve van doeleinden genoemd in het tweede lid, onderdeel b.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid voert:
a. het bureau het materieel beheer tot aan de datum waarop de akte van toedeling in de openbare registers wordt overgeschreven ten aanzien van land en de daarop aanwezige opstallen: welke worden aangewend voor niet agrarisch gebruik, voor zover niet opgenomen in het landinrichtingsplan dan wel het aanpassingsplan;
welke gelegen zijn binnen als zodanig aangewezen reservaatsgebieden;
welke worden aangewend voor uitgifte in erfpacht;
welke worden aangewend voor niet agrarisch gebruik, voor zover niet opgenomen in het landinrichtingsplan dan wel het aanpassingsplan;
welke gelegen zijn binnen als zodanig aangewezen reservaatsgebieden;
welke worden aangewend voor uitgifte in erfpacht;
b. de landinrichtingscommissie gedurende het tijdvak dat begint met het kalenderjaar volgende op het jaar waarin het landinrichtingsplan of een gedeelte daarvan dan wel het aanpassingsplan is vastgesteld en eindigt op de datum bedoeld in het derde lid, het materieel beheer ten aanzien van het land dat per kalenderjaar aangewend wordt voor: uitvoering van werken;
tijdelijke compensatie van grondgebruikers op wier grond werken worden uitgevoerd;
blijvende compensatie van grondgebruikers op wier grond werken zijn uitgevoerd als gevolg waarvan het gebruik niet meer mogelijk is;
oplossing van incidentele problemen bij de uitvoering van een landinrichtingsproject welke geen verband behoeven te hebben met de uitvoering van werken.
uitvoering van werken;
tijdelijke compensatie van grondgebruikers op wier grond werken worden uitgevoerd;
blijvende compensatie van grondgebruikers op wier grond werken zijn uitgevoerd als gevolg waarvan het gebruik niet meer mogelijk is;
oplossing van incidentele problemen bij de uitvoering van een landinrichtingsproject welke geen verband behoeven te hebben met de uitvoering van werken.
3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid voert de landinrichtingscommissie het materieel beheer gedurende het tijdvak dat begint met het kalenderjaar volgende op het jaar waarin het plan van toedeling van het betreffende blok ter visie is gelegd en eindigt op de datum waarop de akte van toedeling in de openbare registers wordt overgeschreven.
4. In die delen van het landinrichtingsgebied in uitvoering waar geen herverkaveling zal plaatsvinden, voert het bureau het materieel beheer zolang het bureau het land in eigendom of pacht heeft, met dien verstande dat dit land aan de landinrichtingscommissie in materieel beheer kan worden gegeven ten behoeve van doeleinden genoemd in het tweede lid, onderdeel b.