BWBR0004167
Geldig vanaf 1987-07-01
Artikel 2
Inkomensbesluit IOAZ
1. Voor de toepassing van artikel 5, tweede lid, 2° en 3°, en derde lid, 2°, van de wetwordt onder inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven verstaan:
a. winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep;
b. de opbrengst van arbeid als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5 en 9a van het Inkomensbesluit IOAW;
c. behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven, als bedoeld in artikel 7 van het Inkomensbesluit IOAW.
2. Onder inkomen in verband met arbeid, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt mede verstaan een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers( Stb.1987, 92).
3. Behoudens het bepaalde in artikel 3, derde lid, wordt onder inkomen uit of in verband met arbeid, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, niet verstaan het inkomen van de echtgenoot.
a. winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep;
b. de opbrengst van arbeid als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5 en 9a van het Inkomensbesluit IOAW;
c. behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven, als bedoeld in artikel 7 van het Inkomensbesluit IOAW.
2. Onder inkomen in verband met arbeid, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt mede verstaan een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers( Stb.1987, 92).
3. Behoudens het bepaalde in artikel 3, derde lid, wordt onder inkomen uit of in verband met arbeid, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, niet verstaan het inkomen van de echtgenoot.