BWBR0004093
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 2
Besluit beperking kring verzekerden Ziekenfondswet
1. Van de verzekering ingevolge artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswetzijn uitgezonderd:
a. degene die bij of krachtens artikel 7 van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd en die uit hoofde van de dienstbetrekking ter zake van de beëindiging waarvan hij recht heeft op een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Werkloosheidswet, overeengekomen vaste, naar tijdsruimte en in geld vastgestelde inkomsten ontvangt, indien deze inkomsten tezamen met de uitkering ingevolge de Werkloosheidswet op jaarbasis meer bedragen dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag en indien zijn uitkering ingevolge de Werkloosheidswet wordt berekend naar het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, tenzij hij op de dag, voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet;
b. degene die bij of krachtens artikel 8a, van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd en die uit hoofde van de dienstbetrekking waarin hij niet meer of nog slechts ten dele werkzaam is vanwege de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan hij recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, overeengekomen vaste, naar tijdsruimte en in geld vastgestelde inkomsten of invaliditeitspensioen ontvangt, indien deze inkomsten en dit pensioen tezamen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering op jaarbasis meer bedragen dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag en indien zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt berekend naar het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, tenzij hij op de dag, voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet;
c. degene die bij of krachtens artikel 8a van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd, en die deelneemt, dan wel op de dag, voorafgaande aan de dag waarop dat artikel op hem van toepassing werd, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, van de Ziekenfondswet.
d. degene die bij of krachtens artikel 8a van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd en uitsluitend uit hoofde van zijn arbeidsverhouding, bedoeld in artikel 8b, eerste lid, onder b, van die Wet, waarin hij niet of slechts nog ten dele werkzaam is, een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, onder a en b, wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van het dagloon, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
3. Ten aanzien van de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde persoon die recht heeft op een vervolguitkering ingevolge de Werkloosheidswetonderscheidenlijk de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt onder dagloon verstaan, het dagloon waarnaar voor hem de loondervingsuitkering ingevolge die wetten zou zijn berekend indien de duur daarvan nog niet zou zijn verstreken.
a. degene die bij of krachtens artikel 7 van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd en die uit hoofde van de dienstbetrekking ter zake van de beëindiging waarvan hij recht heeft op een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Werkloosheidswet, overeengekomen vaste, naar tijdsruimte en in geld vastgestelde inkomsten ontvangt, indien deze inkomsten tezamen met de uitkering ingevolge de Werkloosheidswet op jaarbasis meer bedragen dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag en indien zijn uitkering ingevolge de Werkloosheidswet wordt berekend naar het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, tenzij hij op de dag, voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet;
b. degene die bij of krachtens artikel 8a, van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd en die uit hoofde van de dienstbetrekking waarin hij niet meer of nog slechts ten dele werkzaam is vanwege de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan hij recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, overeengekomen vaste, naar tijdsruimte en in geld vastgestelde inkomsten of invaliditeitspensioen ontvangt, indien deze inkomsten en dit pensioen tezamen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering op jaarbasis meer bedragen dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag en indien zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt berekend naar het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, tenzij hij op de dag, voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet;
c. degene die bij of krachtens artikel 8a van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd, en die deelneemt, dan wel op de dag, voorafgaande aan de dag waarop dat artikel op hem van toepassing werd, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, van de Ziekenfondswet.
d. degene die bij of krachtens artikel 8a van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd en uitsluitend uit hoofde van zijn arbeidsverhouding, bedoeld in artikel 8b, eerste lid, onder b, van die Wet, waarin hij niet of slechts nog ten dele werkzaam is, een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, onder a en b, wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van het dagloon, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
3. Ten aanzien van de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde persoon die recht heeft op een vervolguitkering ingevolge de Werkloosheidswetonderscheidenlijk de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt onder dagloon verstaan, het dagloon waarnaar voor hem de loondervingsuitkering ingevolge die wetten zou zijn berekend indien de duur daarvan nog niet zou zijn verstreken.