BWBR0004088
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 10a
Regeling actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986
1. Indien ten aanzien van een veredelingsprodukt of een onveredeld goed een douaneschuld ontstaat legt het produktschap overeenkomstig en met inachtneming van het bepaalde in het Communautair douanewetboek compenserende intresten op over het bedrag van de verschuldigde heffingen bij invoer.
2. De vergunninghouder kan bij een verzoek tot het in het vrije verkeer brengen van veredelingsprodukten of onveredelde goederen bij het produktschap een verzoek indienen tot het niet verschuldigd zijn van de in het eerste lid genoemde compenserende intresten. Daartoe dient hij de nodige bewijsstukken bij te voegen waaruit blijkt dat bijzondere omstandigheden, die geen enkele nalatigheid of manipulatie van zijn kant inhouden, het onmogelijk of economisch onmogelijk maken de beoogde uitvoer te verrichten in de door hem verwachte omstandigheden, voor zover die omstandigheden bij de indiening van het verzoek om een vergunning behoorlijk zijn gerechtvaardigd.
3. Indien het produktschap overweegt het in het tweede lid vermelde verzoek in te willigen en wanneer het bedrag dat de basis voor de toepassing van de compenserende intresten hoger dan 3000 ECU per zuiveringsafrekening is, dan kan het produktschap in afwachting van de een beslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de vrijgave van de veredelingsprodukten of onveredelde goederen voor de betaling van de verschuldigde intresten een zekerheid verlangen.
2. De vergunninghouder kan bij een verzoek tot het in het vrije verkeer brengen van veredelingsprodukten of onveredelde goederen bij het produktschap een verzoek indienen tot het niet verschuldigd zijn van de in het eerste lid genoemde compenserende intresten. Daartoe dient hij de nodige bewijsstukken bij te voegen waaruit blijkt dat bijzondere omstandigheden, die geen enkele nalatigheid of manipulatie van zijn kant inhouden, het onmogelijk of economisch onmogelijk maken de beoogde uitvoer te verrichten in de door hem verwachte omstandigheden, voor zover die omstandigheden bij de indiening van het verzoek om een vergunning behoorlijk zijn gerechtvaardigd.
3. Indien het produktschap overweegt het in het tweede lid vermelde verzoek in te willigen en wanneer het bedrag dat de basis voor de toepassing van de compenserende intresten hoger dan 3000 ECU per zuiveringsafrekening is, dan kan het produktschap in afwachting van de een beslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de vrijgave van de veredelingsprodukten of onveredelde goederen voor de betaling van de verschuldigde intresten een zekerheid verlangen.