BWBR0004069
Geldig vanaf 2005-12-16
Artikel 3
Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren
1. Indien de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, als gevolg van een bepaalde wijze van invulling van arbeidsduurverkorting, geen juist beeld geeft van het verrichte arbeidspatroon, worden zonodig in afwijking van de voorgaande artikelen:
a. uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren;
b. uren, waarin de werknemer heeft gewerkt, buiten beschouwing gelaten; of
c. zowel uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren als uren, waarin de werknemer heeft gewerkt, buiten beschouwing gelaten.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de arbeidsduurverkorting geacht gelijkelijk te zijn verspreid over een periode van een kalenderjaar. Indien de werknemer in een kalenderweek meer uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gewerkte uren. Indien de werknemer in een kalenderweek minder uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid buiten beschouwing gelaten.
a. uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren;
b. uren, waarin de werknemer heeft gewerkt, buiten beschouwing gelaten; of
c. zowel uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren als uren, waarin de werknemer heeft gewerkt, buiten beschouwing gelaten.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de arbeidsduurverkorting geacht gelijkelijk te zijn verspreid over een periode van een kalenderjaar. Indien de werknemer in een kalenderweek meer uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gewerkte uren. Indien de werknemer in een kalenderweek minder uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid buiten beschouwing gelaten.