BWBR0004054
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 58an
Meststoffenwet
Artikel 58an 1 Voor de toepassing van de artikelen 58ac, onderdeel a, onder 3° , 58ad, onderdeel a, onder 3° , 58ae en 58aka, tweede lid , wordt de hoeveelheid dierlijke meststoffen die op grond van een mestafzetovereenkomst naar een ander bedrijf, een erkende tussenpersoon, een erkende mestverwerker of een erkende exporteur kan worden afgevoerd uitsluitend in aanmerking genomen indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de overeenkomst is vóór 1 oktober van het desbetreffende jaar gesloten en schriftelijk vastgelegd; b. de overeenkomst, zoals deze schriftelijk is vastgelegd, is aan het Bureau Heffingen verzonden en blijkens de registratie van dat bureau uiterlijk op 1 oktober van het desbetreffende jaar door het bureau ontvangen; c. de wederpartij bij de overeenkomst heeft in het desbetreffende jaar de in de artikelen 58aj, eerste lid , 58ak, eerste lid , 58 aka, eerste lid , en 58al gestelde verboden niet overtreden; d. de overeenkomst bevat de verplichting voor de wederpartij om in het desbetreffende kalenderjaar de in de overeenkomst genoemde hoeveelheid dierlijke meststoffen, al dan niet door tussenkomst van een onderneming als bedoeld in artikel 29 van de wet , op het in de overeenkomst genoemde bedrijf of onderneming aan te voeren, voorzover deze hoeveelheid daadwerkelijk worden geleverd; e. de overeenkomst voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde regels. 2 Het eerste lid, onderdeel c in samenhang met de aanhef, geldt uitsluitend voor de mestafzetovereenkomsten die in het desbetreffende jaar verplichten tot de afname van een hoeveelheid stikstof die, gegeven de eerder door het Bureau Heffingen met betrekking tot dat jaar ontvangen mestafzetovereenkomsten, de in artikel 58aj , onderscheidenlijk artikel 58ak, tweede en derde lid , bedoelde mestaanvoerruimte, of de in artikel 58aka, eerste lid , onderscheidenlijk de in artikel 58al bedoelde hoeveelheid overschrijdt. Ingeval verschillende overeenkomsten op dezelfde dag door het Bureau Heffingen zijn ontvangen en de totale hoeveelheid stikstof tot afname waarvan deze overeenkomsten tezamen verplichten de bedoelde mestaanvoerruimte, onderscheidenlijk hoeveelheid overschrijdt, geldt het eerste lid, aanhef en onderdeel c, met betrekking tot elk van deze overeenkomsten. 3 Het eerste lid, onderdeel c in samenhang met de aanhef, geldt niet ingeval de wederpartij die het in artikel 58aj, eerste lid , of 58ak, eerste lid , gestelde verbod heeft overtreden in het desbetreffende jaar de mestaanvoerruimte zodanig heeft vergroot dat deze ten minste de in artikel 58aj, tweede en derde lid , onderscheidenlijk artikel 58ak, tweede en derde lid , bedoelde omvang heeft. 4 Indien de producent van de dierlijke meststoffen of de erkende tussenpersoon eerst na 1 augustus van het desbetreffende jaar kennis neemt van het feit dat zijn wederpartij bij de overeenkomst het in artikel 58aj, eerste lid , 58ak, eerste lid , 58aka, eerste lid , of 58al gestelde verbod heeft overtreden, en de producent, onderscheidenlijk tussenpersoon daar redelijkerwijs niet eerder bekend mee had kunnen zijn, kan de producent, onderscheidenlijk tussenpersoon in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, voor de hoeveelheid stikstof waarop de ingevolge het eerste lid, aanhef en onderdeel c, niet in aanmerking genomen overeenkomst betrekking had nog tot en met 31 december van dat jaar mestafzetovereenkomsten sluiten. In zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is het afschrift van de in de eerste volzin bedoelde overeenkomst blijkens de registratie van het Bureau Heffingen uiterlijk op 2 januari van het volgende jaar door het bureau ontvangen. 5 Het Bureau Heffingen verzendt binnen 13 weken na het tijdstip, bedoeld in artikel 58aj, tweede lid , aan elk van de partijen bij de mestafzetovereenkomst een overzicht van de gegevens met betrekking tot de mestplaatsingsruimte, onderscheidenlijk de mestaanvoerruimte van diens bedrijf, zoals deze door het bureau zijn geregistreerd. 2001 312 05-07-2001 28-06-2001 27276 2001 313 05-07-2001 29-06-2001 06-07-2001 Ingeval titel 3 van hoofdstuk V op een ander tijdstip in werking treedt dan 1 januari, gelden de verboden, gesteld in artikel 58aa, 58af, eerste lid, 58aj, eerste lid, en 58ak, eerste lid, met ingang van 1 januari van het eerstvolgende jaar.