BWBR0004054
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 33
Meststoffenwet
1. Ingeval van een bedrijfsoverdracht wordt het op het bedrijf rustende productierecht op het moment van de bedrijfsoverdracht verlaagd met een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage, zijnde ten hoogste 30 procent.
2. Onder bedrijfsoverdracht, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een wijziging van de landbouwer die het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert, waaronder in ieder geval:
a. de overdracht van het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, van een natuurlijke persoon of rechtspersoon naar een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon;
b. een wijziging van de rechtsvorm die het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert;
c. een wijziging van de samenstelling van het samenwerkingsverband dat het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert, of van de rechtsvorm van een onderdeel van dat samenwerkingsverband;
d. een wijziging van de directe of indirecte overwegende zeggenschap in een rechtspersoon die het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert of die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband dat het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert.
3. De belanghebbende die het bedrijf voert voor de bedrijfsoverdracht, en de belanghebbende die het bedrijf voert na de bedrijfsoverdracht, geven van de bedrijfsoverdracht kennis aan Onze Minister.
4. Er kan pas aanspraak worden gemaakt op het op het bedrijf rustende productierecht, met ingang van het tijdstip van registratie van de kennisgeving door Onze Minister. De rechtsgevolgen van de registratie werken terug tot het moment van bedrijfsoverdracht.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een overdracht van een bedrijf aan een echtgenoot of geregistreerd partner of een persoon waarmee bloed- of aanverwantschap in de eerste, tweede of derde graad bestaat;
b. een wijziging van de landbouwer, door het sluiten of ontbinden van een huwelijk of het aangaan of beëindigen van een geregistreerd partnerschap;
c. de wijziging van de landbouwer door erfopvolging van een persoon als bedoeld onder a;
d. de inbreng van een bedrijf in een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, waarbij een vennoot een persoon als bedoeld onder a is, met dien verstande dat deze persoon een beherend vennoot is in geval van inbreng in een commanditaire vennootschap;
e. de inbreng van een bedrijf in een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, waarbij de inbrenger zelf vennoot wordt, met dien verstande dat de inbrenger beherend vennoot wordt in geval van inbreng in een commanditaire vennootschap;
f. de inbreng van een bedrijf in een rechtspersoon, waarbij de overwegende zeggenschap berust bij de inbrenger zelf of bij een persoon als bedoeld onder a; of
g. de wijziging van de landbouwer als bedoeld in het tweede lid, aanhef en i. onder b of d, waarbij de directe of indirecte overwegende zeggenschap overgaat naar een persoon als bedoeld onder a of blijft bij de persoon die de overwegende zeggenschap had;
ii. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
i. onder b of d, waarbij de directe of indirecte overwegende zeggenschap overgaat naar een persoon als bedoeld onder a of blijft bij de persoon die de overwegende zeggenschap had;
ii. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
6. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, wordt gedaan.
7. Ter uitvoering van het eerste, tweede en vijfde lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
8. Voor verschillende groepen van gevallen kan het percentage, bedoeld in het eerste lid, verschillend worden vastgesteld.
9. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp ervan aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan voor dit ontwerp.
2. Onder bedrijfsoverdracht, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een wijziging van de landbouwer die het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert, waaronder in ieder geval:
a. de overdracht van het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, van een natuurlijke persoon of rechtspersoon naar een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon;
b. een wijziging van de rechtsvorm die het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert;
c. een wijziging van de samenstelling van het samenwerkingsverband dat het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert, of van de rechtsvorm van een onderdeel van dat samenwerkingsverband;
d. een wijziging van de directe of indirecte overwegende zeggenschap in een rechtspersoon die het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert of die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband dat het bedrijf, dan wel een deel van het bedrijf, voert.
3. De belanghebbende die het bedrijf voert voor de bedrijfsoverdracht, en de belanghebbende die het bedrijf voert na de bedrijfsoverdracht, geven van de bedrijfsoverdracht kennis aan Onze Minister.
4. Er kan pas aanspraak worden gemaakt op het op het bedrijf rustende productierecht, met ingang van het tijdstip van registratie van de kennisgeving door Onze Minister. De rechtsgevolgen van de registratie werken terug tot het moment van bedrijfsoverdracht.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een overdracht van een bedrijf aan een echtgenoot of geregistreerd partner of een persoon waarmee bloed- of aanverwantschap in de eerste, tweede of derde graad bestaat;
b. een wijziging van de landbouwer, door het sluiten of ontbinden van een huwelijk of het aangaan of beëindigen van een geregistreerd partnerschap;
c. de wijziging van de landbouwer door erfopvolging van een persoon als bedoeld onder a;
d. de inbreng van een bedrijf in een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, waarbij een vennoot een persoon als bedoeld onder a is, met dien verstande dat deze persoon een beherend vennoot is in geval van inbreng in een commanditaire vennootschap;
e. de inbreng van een bedrijf in een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, waarbij de inbrenger zelf vennoot wordt, met dien verstande dat de inbrenger beherend vennoot wordt in geval van inbreng in een commanditaire vennootschap;
f. de inbreng van een bedrijf in een rechtspersoon, waarbij de overwegende zeggenschap berust bij de inbrenger zelf of bij een persoon als bedoeld onder a; of
g. de wijziging van de landbouwer als bedoeld in het tweede lid, aanhef en i. onder b of d, waarbij de directe of indirecte overwegende zeggenschap overgaat naar een persoon als bedoeld onder a of blijft bij de persoon die de overwegende zeggenschap had;
ii. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
i. onder b of d, waarbij de directe of indirecte overwegende zeggenschap overgaat naar een persoon als bedoeld onder a of blijft bij de persoon die de overwegende zeggenschap had;
ii. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
6. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, wordt gedaan.
7. Ter uitvoering van het eerste, tweede en vijfde lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
8. Voor verschillende groepen van gevallen kan het percentage, bedoeld in het eerste lid, verschillend worden vastgesteld.
9. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp ervan aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan voor dit ontwerp.