BWBR0004054
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 58ae
Meststoffenwet
Artikel 58ae 1 Het in artikel 58aa gestelde verbod geldt niet voor die hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvan de producent kan aantonen dat deze: a. op grond van een mestafzetovereenkomst is afgevoerd naar een door Onze Minister erkende mestverwerker; b. in de vorm van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest op grond van een mestafzetovereenkomst is afgevoerd naar een door Onze Minister erkende exporteur; of c. door de producent, die daartoe door Onze Minister is erkend, op zijn bedrijf, 1°. onomkeerbaar is verwerkt tot producten die niet als dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen kunnen worden aangemerkt of tot samengestelde meststoffen die fosfor en stikstof dan wel ten minste één van deze elementen en kalium bevatten en voldoen aan de eisen gesteld in richtlijn nr. 76/116/EEG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake meststoffen (PbEG 1976, L 24), 2°. is be- of verwerkt tot dierlijke meststoffen met een droge-stofgehalte van ten minste 86% en vervolgens rechtstreeks of door tussenkomst van een derde buiten Nederland is afgezet, of 3°. anderszins is be- of verwerkt en vervolgens rechtstreeks buiten Nederland is afgezet of is afgevoerd naar een erkende exporteur. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de toepassing van het eerste lid ten aanzien van door de producent op zijn bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen. Deze betreffen in ieder geval: a. de termijn waarbinnen de meststoffen worden afgevoerd naar de erkende mestverwerker of erkende exporteur, danwel door de producent na be- of verwerking rechtstreeks of door tussenkomst van een derde worden afgezet buiten Nederland, en de wijze waarop deze afvoer of afzet wordt aangetoond; b. de be- of verwerking van de meststoffen door de producent, met inbegrip van de bedrijfsmiddelen met behulp waarvan en de termijn waarbinnen dit geschiedt, en de wijze waarop de be- of verwerking wordt aangetoond. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden gesteld voor de erkenning door Onze Minister van een producent, een mestverwerker of een exporteur. Deze betreffen in ieder geval: a. de voorgenomen be- of verwerking en afzet; b. de bedrijfsmiddelen; c. de mate waarin wordt gewaarborgd dat de op grond van een mestafzetovereenkomst op het bedrijf of de onderneming van de mestverwerker aangevoerde dierlijke meststoffen op overeenkomstige wijze worden be- of verwerkt en vervolgens worden afgezet of afgevoerd als in het eerste lid, onderdeel c, is bepaald; d. de mate waarin wordt gewaarborgd dat de dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, die zijn be- of verwerkt overeenkomstig onderdeel c van dat artikellid, onderscheidenlijk in onderdeel c, tijdig door de producent, onderscheidenlijk de mestverwerker worden be- of verwerkt, en, dat deze meststoffen, voor zover deze niet onomkeerbaar zijn verwerkt tot producten die niet als dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen kunnen worden aangemerkt of tot samengestelde meststoffen die fosfor en stikstof dan wel ten minsteéén van deze elementen en kalium bevatten en voldoen aan de eisen gesteld in richtlijn nr. 76/116/EEG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake meststoffen (PbEG 1976, L 24), tijdig buiten Nederland worden afgezet; e. de zekerheid dat de exporteur de op zijn bedrijf aangevoerde dierlijke meststoffen tijdig en rechtstreeks buiten Nederland afzet; f. de zekerheid dat, ingeval de mestverwerker of exporteur na erkenning zijn verplichtingen jegens de producent van de dierlijke meststoffen niet kan nakomen, diens verplichtingen door een andere erkende mestverwerker, onderscheidenlijk exporteur, worden nagekomen of schadevergoeding wordt geboden. 4 Bij of krachtens de maatregel worden aan de erkenning door Onze Minister van een producent, van een mestverwerker en van een exporteur voorwaarden en beperkingen verbonden. Deze betreffen in ieder geval: a. voortdurende voldoening aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid; b. be- of verwerking van de dierlijke meststoffen door de producent of mestverwerker overeenkomstig de wijze en binnen de termijn, voorgeschreven bij of krachtens de maatregel, en de wijze waarop deze be- of verwerking wordt aangetoond; c. afzet van de meststoffen die niet onomkeerbaar zijn verwerkt tot producten die niet als dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen kunnen worden aangemerkt buiten Nederland, de termijn waarbinnen dit geschiedt en de wijze waarop dit wordt aangetoond; 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de maximum hoeveelheid dierlijke meststoffen tot de afname waarvan de mestverwerker of exporteur zich bij mestafzetovereenkomst kan verplichten. 6 Door Onze Minister kunnen aan een erkenning verdere beperkingen en voorschriften worden verbonden. 2001 312 05-07-2001 28-06-2001 27276 2001 313 05-07-2001 29-06-2001 06-07-2001 Ingeval titel 3 van hoofdstuk V op een ander tijdstip in werking treedt dan 1 januari, gelden de verboden, gesteld in artikel 58aa, 58af, eerste lid, 58aj, eerste lid, en 58ak, eerste lid, met ingang van 1 januari van het eerstvolgende jaar.