BWBR0004044
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 63
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
1. Onverminderd het derde lid wordt tot een bij ministeriële regeling bepaald tijdstip, dat voor verschillende groepen personen verschillend kan worden vastgesteld, onder werkloze werknemer in deze wet en de daarop berustende bepalingen mede verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0019057/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>op grond van artikel 2, onderdeel c of d, zoals dat luidde op die dag, werd aangemerkt als werkloze werknemer.
2. Onder werkloze werknemer in deze wet en de daarop berustende bepaling wordt mede verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0019058/artikel/1.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>werd aangemerkt als werkloze werknemer op grond van artikel 2, onderdeel c of d, en die op grond van <a href="/wet/BWBR0004043/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Toeslagenwet</a>geen recht heeft op een toeslag op grond van die wet.
3. Artikel 7is niet van toepassing op de persoon die als gevolg van de inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0019058/artikel/1.11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.11, onderdeel A, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen</a>naar arbeidsvermogen geen werkloze werknemer is en de echtgenoot van die persoon.
2. Onder werkloze werknemer in deze wet en de daarop berustende bepaling wordt mede verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0019058/artikel/1.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>werd aangemerkt als werkloze werknemer op grond van artikel 2, onderdeel c of d, en die op grond van <a href="/wet/BWBR0004043/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Toeslagenwet</a>geen recht heeft op een toeslag op grond van die wet.
3. Artikel 7is niet van toepassing op de persoon die als gevolg van de inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0019058/artikel/1.11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.11, onderdeel A, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen</a>naar arbeidsvermogen geen werkloze werknemer is en de echtgenoot van die persoon.