BWBR0004013
Geldig vanaf 1986-08-12
Artikel 3
Bevoegdheden onderwijzers en kleuterleiders (m/v) met Surinaamse akten
Met de akte van bekwaamheid als leidster, bedoeld in artikel 116, eerste lid onder b van de Wet op het basisonderwijs worden gelijkgesteld:
a. de akte van bekwaamheid als onderwijzeres-A, na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1981 behaald aan de opleidingsschool voor onderwijzeressen-A in Suriname;
b. de akte van bekwaamheid als onderwijzeres aan een kleuterschool (akte A), na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1981 uitgereikt vanwege de ‘Evangelische Broedergemeente’ in Suriname;
c. de akte van bekwaamheid als onderwijzeres aan een bewaarschool (akte A), na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1981 uitgereikt vanwege de ‘Evangelische Broedergemeente’ in Suriname;
d. de akte van bekwaamheid als leidster bij het kleuteronderwijs (akte A) na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1981 uitgereikt vanwege de Rooms-Katholieke missie in Suriname.
a. de akte van bekwaamheid als onderwijzeres-A, na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1981 behaald aan de opleidingsschool voor onderwijzeressen-A in Suriname;
b. de akte van bekwaamheid als onderwijzeres aan een kleuterschool (akte A), na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1981 uitgereikt vanwege de ‘Evangelische Broedergemeente’ in Suriname;
c. de akte van bekwaamheid als onderwijzeres aan een bewaarschool (akte A), na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1981 uitgereikt vanwege de ‘Evangelische Broedergemeente’ in Suriname;
d. de akte van bekwaamheid als leidster bij het kleuteronderwijs (akte A) na 31 december 1955 doch voor 1 januari 1981 uitgereikt vanwege de Rooms-Katholieke missie in Suriname.