BWBR0004006
Geldig vanaf 1986-10-11
Artikel 3
Regeling afgifte vlaggebrieven door aangewezen organisaties
1. Ter verkrijging van een vlaggebrief dient de aanvrager over te leggen:
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, verkrijgbaar gesteld door de aangewezen organisaties;
b. één exemplaar van een duidelijke kleurenfoto van het pleziervaartuig in zijaanzicht, met een afmeting van 9 bij 13 cm;
c. een bewijs van betaling van het bedrag dat verschuldigd is op grond van artikel 9, eerste lid en
d. de eerder aan hem voor hetzelfde pleziervaartuig ingevolge deze regeling verstrekte vlaggebrief, indien deze niet reeds ingevolge artikel 7 is ingeleverd.
2. Voorts dient de aanvrager over te leggen:
a. een bewijs van eigendom van het pleziervaartuig en
b. een uittreksel uit het persoonsregister van zijn woonplaats, waarin vermeld zijn: naam, voornemen en adres. Indien de aanvrager buiten het Koninkrijk woonachtig is, kan worden volstaan met een bewijs van aanmelding bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, waarin vermeld zijn naam voornemen en adres. Indien de aanvrager een rechtspersoon of vennootschap is, dient tevens te worden overgelegd een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Het uittreksel mag niet ouder zijn dan dertig dagen.
c. een bewijsstuk, gesteld in de Nederlandse, Engelse of Franse taal, waaruit de nationaliteit blijkt van de aanvrager, zijnde een natuurlijk persoon, dan wel indien het betreft een rechtspersoon of vennootschap: de bestuurders of beherende vennoten.
3. De aangewezen organisaties kunnen overlegging vragen van andere bescheiden, die naar hun oordeel nodig zijn voor de behandeling van de aanvraag.
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, verkrijgbaar gesteld door de aangewezen organisaties;
b. één exemplaar van een duidelijke kleurenfoto van het pleziervaartuig in zijaanzicht, met een afmeting van 9 bij 13 cm;
c. een bewijs van betaling van het bedrag dat verschuldigd is op grond van artikel 9, eerste lid en
d. de eerder aan hem voor hetzelfde pleziervaartuig ingevolge deze regeling verstrekte vlaggebrief, indien deze niet reeds ingevolge artikel 7 is ingeleverd.
2. Voorts dient de aanvrager over te leggen:
a. een bewijs van eigendom van het pleziervaartuig en
b. een uittreksel uit het persoonsregister van zijn woonplaats, waarin vermeld zijn: naam, voornemen en adres. Indien de aanvrager buiten het Koninkrijk woonachtig is, kan worden volstaan met een bewijs van aanmelding bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, waarin vermeld zijn naam voornemen en adres. Indien de aanvrager een rechtspersoon of vennootschap is, dient tevens te worden overgelegd een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Het uittreksel mag niet ouder zijn dan dertig dagen.
c. een bewijsstuk, gesteld in de Nederlandse, Engelse of Franse taal, waaruit de nationaliteit blijkt van de aanvrager, zijnde een natuurlijk persoon, dan wel indien het betreft een rechtspersoon of vennootschap: de bestuurders of beherende vennoten.
3. De aangewezen organisaties kunnen overlegging vragen van andere bescheiden, die naar hun oordeel nodig zijn voor de behandeling van de aanvraag.