BWBR0004001
Geldig vanaf 1986-08-16
Artikel 6
Besluit afgifte verklaringen strategische goederen
1. Degene aan wie een internationaal importcertificaat is verstrekt is verplicht:
a. indien een op dat certificaat aangeduide invoer of andere douanerechtelijke handeling plaatsvindt, het daartoe bestemde afschrift van het certificaat ter hand te stellen van de bij die invoer of handeling betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;
b. het certificaat, zodra vaststaat dat dit niet zal worden afgegeven binnen de termijn, bedoeld in artikel 5, onder b, terstond terug te zenden aan het hoofd;
c. het eerderbedoelde afschrift van dat certificaat, zodra vaststaat, dat daarvan geen gebruik of geen verder gebruik zal worden gemaakt, terstond terug te zenden aan het hoofd;
d. aan Onze Minister of aan het hoofd binnen de daartoe gestelde termijn alle door hen gewenste inlichtingen te verschaffen omtrent het van het certificaat en het afschrift daarvan gemaakte gebruik en omtrent de bestemming van de goederen, waarop het certificaat betrekking heeft.
2. Degene die een aan hem verstrekt internationaal importcertificaat heeft afgegeven aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten dan wel aan degene, die op het certificaat als exporteur is vermeld, is voorts verplicht:
a. zodra voor hem aannemelijk is dat de goederen, waarop het certificaat betrekking heeft, een andere bestemming zullen volgen dan op het certificaat is vermeld, zulks onder opgave van redenen te melden aan het hoofd;
b. op daartoe strekkend verzoek van de bevoegde buitenlandse autoriteiten dan wel van degene, die op het certificaat als exporteur is vermeld, een internationaal bewijs van ontvangst aan te vragen en dit bewijs te doen toekomen aan die autoriteiten onderscheidenlijk de exporteur.
a. indien een op dat certificaat aangeduide invoer of andere douanerechtelijke handeling plaatsvindt, het daartoe bestemde afschrift van het certificaat ter hand te stellen van de bij die invoer of handeling betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;
b. het certificaat, zodra vaststaat dat dit niet zal worden afgegeven binnen de termijn, bedoeld in artikel 5, onder b, terstond terug te zenden aan het hoofd;
c. het eerderbedoelde afschrift van dat certificaat, zodra vaststaat, dat daarvan geen gebruik of geen verder gebruik zal worden gemaakt, terstond terug te zenden aan het hoofd;
d. aan Onze Minister of aan het hoofd binnen de daartoe gestelde termijn alle door hen gewenste inlichtingen te verschaffen omtrent het van het certificaat en het afschrift daarvan gemaakte gebruik en omtrent de bestemming van de goederen, waarop het certificaat betrekking heeft.
2. Degene die een aan hem verstrekt internationaal importcertificaat heeft afgegeven aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten dan wel aan degene, die op het certificaat als exporteur is vermeld, is voorts verplicht:
a. zodra voor hem aannemelijk is dat de goederen, waarop het certificaat betrekking heeft, een andere bestemming zullen volgen dan op het certificaat is vermeld, zulks onder opgave van redenen te melden aan het hoofd;
b. op daartoe strekkend verzoek van de bevoegde buitenlandse autoriteiten dan wel van degene, die op het certificaat als exporteur is vermeld, een internationaal bewijs van ontvangst aan te vragen en dit bewijs te doen toekomen aan die autoriteiten onderscheidenlijk de exporteur.