BWBR0003995
Geldig vanaf 1982-09-01
Artikel 2
Diensttijdreglement zeevisvaart
1. Voor de toelating als schipper op een zeevissersvaartuig met een lengte tussen de loodlijnen van minder dan 45 meter is, behalve het voor de uitoefening van die functie voorgeschreven diploma, vereist het bewijs dat, na verkrijging van het diploma voor de zeevisvaart SW VI, aan boord van zeevissersvaartuigen een diensttijd is behaald van onderscheidenlijk:
a. ten minste één jaar voor de vaart in vaargebied I;
b. ten minste twee jaren voor de vaart in vaargebied II;
c. ten minste drie jaren voor de vaart in onbeperkt vaargebied.
2. Voor de toelating als schipper op een zeevissersvaartuig met een lengte tussen de loodlijnen van 45 meter of meer is, behalve het voor de uitoefening van die functie voorgeschreven diploma, vereist het bewijs dat, na verkrijging van het diploma voor de zeevisvaart SW VI, aan boord van zeevissersvaartuigen een diensttijd is behaald van ten minste drie jaren.
a. ten minste één jaar voor de vaart in vaargebied I;
b. ten minste twee jaren voor de vaart in vaargebied II;
c. ten minste drie jaren voor de vaart in onbeperkt vaargebied.
2. Voor de toelating als schipper op een zeevissersvaartuig met een lengte tussen de loodlijnen van 45 meter of meer is, behalve het voor de uitoefening van die functie voorgeschreven diploma, vereist het bewijs dat, na verkrijging van het diploma voor de zeevisvaart SW VI, aan boord van zeevissersvaartuigen een diensttijd is behaald van ten minste drie jaren.