BWBR0003994
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 74
Wet bodembescherming
1. De schade ten gevolge van een bevel als bedoeld in artikel 30, derde of vierde lid, of artikel 49 j° artikel 30, derde of vierde lid, wordt vergoed door gedeputeerde staten of door burgemeester en wethouders die het bevel hebben gegeven.
2. Indien gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders een bevel hadden kunnen geven als bedoeld in artikel 30, derde of vierde lid, of artikel 49 j° artikel 30, derde of vierde lid, maar dat achterwege hebben gelaten in verband met de vrijwillige medewerking van degene tot wie het bevel had kunnen worden gericht, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Geen vergoeding van schade vindt plaats voor zover de schade is toe te rekenen aan de tot schadevergoeding gerechtigde, dan wel voor zover deze door de schadevergoeding ongerechtvaardigd wordt verrijkt.
4. De vordering tot schadevergoeding staat ter kennisneming van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het betrokken grondgebied is gelegen.
2. Indien gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders een bevel hadden kunnen geven als bedoeld in artikel 30, derde of vierde lid, of artikel 49 j° artikel 30, derde of vierde lid, maar dat achterwege hebben gelaten in verband met de vrijwillige medewerking van degene tot wie het bevel had kunnen worden gericht, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Geen vergoeding van schade vindt plaats voor zover de schade is toe te rekenen aan de tot schadevergoeding gerechtigde, dan wel voor zover deze door de schadevergoeding ongerechtvaardigd wordt verrijkt.
4. De vordering tot schadevergoeding staat ter kennisneming van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het betrokken grondgebied is gelegen.