BWBR0003994
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 55g
Wet bodembescherming
1. Het bestuursorgaan dat het plan, bedoeld in artikel 55d, eerste lid, vaststelt, treedt voor een verontreiniging die zal worden gesaneerd als onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak en welke als zodanig in het overeenkomstig artikel 55evastgestelde, en onherroepelijk geworden, plan is vermeld, onherroepelijk in de plaats van degene aan wie krachtens artikel 43met betrekking tot de betrokken verontreiniging een bevel kan worden gegeven of op wie een verplichting als bedoeld in artikel 55bvan toepassing is.
2. Het bestuursorgaan dat het plan, bedoeld in artikel 55d, eerste lid, heeft vastgesteld, kan aan het vastgestelde plan verontreinigingen toevoegen. Artikel 55e, vierde lid, en 55f, zijn op deze wijzigingen niet van toepassing. Het eerste lid is op een zodanige verontreiniging van overeenkomstige toepassing zodra het wijzigingsbesluit onherroepelijk is geworden.
3. Het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, stelt gedeputeerde staten op de hoogte van een wijziging van het plan, bedoeld in het tweede lid.
2. Het bestuursorgaan dat het plan, bedoeld in artikel 55d, eerste lid, heeft vastgesteld, kan aan het vastgestelde plan verontreinigingen toevoegen. Artikel 55e, vierde lid, en 55f, zijn op deze wijzigingen niet van toepassing. Het eerste lid is op een zodanige verontreiniging van overeenkomstige toepassing zodra het wijzigingsbesluit onherroepelijk is geworden.
3. Het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, stelt gedeputeerde staten op de hoogte van een wijziging van het plan, bedoeld in het tweede lid.