BWBR0003986
Geldig vanaf 1986-07-01
Artikel 30
Intrekkingswet BB
1. Rechtsgedingen die betrekking hebben op de rechtspositie van de noodwachter worden na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 4,eerste lid, of zoveel eerder als de liquidatie is voltooid, voortgezet door of tegen onderscheidenlijk gevoerd door of tegen Onze Minister.
2. De overige rechtsgedingen, waarbij een kring betrokken is, worden met ingang van de datum waarop de liquidatie is voltooid doch uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet door of tegen de gemeente, waar de kring zijn zetel heeft.
3. Ten aanzien van de rechtsgedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/254" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 254 tot en met 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
2. De overige rechtsgedingen, waarbij een kring betrokken is, worden met ingang van de datum waarop de liquidatie is voltooid doch uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet door of tegen de gemeente, waar de kring zijn zetel heeft.
3. Ten aanzien van de rechtsgedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/254" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 254 tot en met 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>van overeenkomstige toepassing.