BWBR0003981
Geldig vanaf 1986-06-01
Artikel 4
Instellingsbesluit MAR
1. De MAR bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter. De minister van Binnenlandse Zaken benoemt de voorzitter en de leden van de MAR, met dien verstande dat de directeur-generaal voor Overheidspersoneelsbeleid krachtens zijn functie lid is van de MAR. Daarnaast kunnen als lid van de MAR uitsluitend secretarissen-generaal worden benoemd. Benoeming van een secretaris-generaal die behoort tot een ander ministerie dan dat van Binnenlandse Zaken geschiedt in overleg met de betrokken minister.
2. De voorzitter van de MAR wordt benoemd voor een periode van 5 jaar en is opnieuw benoembaar. De overige leden van de MAR worden, met uitzondering van de directeur-generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, benoemd voor een periode van drie jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar.
3. De directeur van de Rijks Psychologische Dienst fungeert als adviseur van de raad en kan aan alle vergaderingen van de raad deelnemen.
4. Het hoofd van het in artikel 3, tweede lid, onder dbedoelde mobiliteits-adviesbureau fungeert als secretaris van de MAR.
2. De voorzitter van de MAR wordt benoemd voor een periode van 5 jaar en is opnieuw benoembaar. De overige leden van de MAR worden, met uitzondering van de directeur-generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, benoemd voor een periode van drie jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar.
3. De directeur van de Rijks Psychologische Dienst fungeert als adviseur van de raad en kan aan alle vergaderingen van de raad deelnemen.
4. Het hoofd van het in artikel 3, tweede lid, onder dbedoelde mobiliteits-adviesbureau fungeert als secretaris van de MAR.