BWBR0003977
Geldig vanaf 1986-05-29
Artikel 3
Besluit medefinancieringsregeling
1. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt het aantal verzekerden vast, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, aan de hand van:
a. de opgave, bedoeld in artikel 2, onderdeel a; en
b. de statistiek leeftijdsopbouw totale bevolking per 1 januari van het lopende jaar, van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt, onverminderd het bepaalde in het derde lid, in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het bedrag vast, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, aan de hand van de opgaven, bedoeld in artikel 2.
3. Indien als gevolg van een wijziging van het aantal verzekerden per leeftijdscategorie van de gezamenlijke verzekeraars, na de in artikel 12 eerste lid, van de wet bedoelde datum van 1 januari, door het uitvoeringsorgaan meer onderscheidenlijk minder wordt ontvangen dan het voor het betrokken jaar ingevolge artikel 4, derde lid, van de wet vastgestelde bedrag, neemt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij de vaststelling van de mede te financieren bedragen voor de volgende jaren dit verschil in aanmerking.
a. de opgave, bedoeld in artikel 2, onderdeel a; en
b. de statistiek leeftijdsopbouw totale bevolking per 1 januari van het lopende jaar, van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt, onverminderd het bepaalde in het derde lid, in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het bedrag vast, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, aan de hand van de opgaven, bedoeld in artikel 2.
3. Indien als gevolg van een wijziging van het aantal verzekerden per leeftijdscategorie van de gezamenlijke verzekeraars, na de in artikel 12 eerste lid, van de wet bedoelde datum van 1 januari, door het uitvoeringsorgaan meer onderscheidenlijk minder wordt ontvangen dan het voor het betrokken jaar ingevolge artikel 4, derde lid, van de wet vastgestelde bedrag, neemt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij de vaststelling van de mede te financieren bedragen voor de volgende jaren dit verschil in aanmerking.