BWBR0003952
Geldig vanaf 1986-05-01
Artikel 4
Regeling Bescherming persoonlijke levenssfeer bij de geautomatiseerde registratie van persoonsgegevens in het kader van de Wet effectenhandel
1. De gegevens van de geregistreerde worden uit de registratie verwijderd:
a. ingeval de geregistreerde een aanbieding van effecten heeft gedaan voor welke aanbieding hij ontheffing heeft verkregen als bedoeld in artikel 5 van de Wet effectenhandel in de maand januari van het tweede jaar volgende op het kalenderjaar waarin de aanbieding heeft plaatsgehad;
b. ingeval de geregistreerde als effectenbemiddelaar, dan wel beheerder van een fonds voor gemene rekening een vergunning heeft verkregen als bedoeld in artikel 6, tweede lid respectievelijk artikel 9, tweede lid van de Wet effectenhandel, in de maand januari van het vijfde jaar volgende op het kalenderjaar waarin de vergunning is ingetrokken ingevolge artikel 12 van de Wet effectenhandel;
c. ingeval de geregistreerde als effectenbemiddelaar, dan wel beheerder van een fonds voor gemene rekening een ontheffing heeft verkregen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, respectievelijk artikel 11, eerste lid, van de Wet effectenhandel, in de maand januari van het vijfde jaar volgende op het kalenderjaar waarin de ontheffing is verlopen dan wel is ingetrokken ingevolge artikel 12 van de Wet effectenhandel;
d. ingeval de geregistreerde als effectenbemiddelaar dan wel als beheerder van een fonds voor gemene rekening behoort tot een categorie die een vrijstelling heeft verkregen ingevolge artikel 8, eerste lid respectievelijk 11, eerste lid van de Wet effectenhandel, in de maand januari van het vijfde jaar volgende op het kalenderjaar waarin de vrijstelling voor de categorie waartoe de geregistreerde behoort, is ingetrokken.
a. ingeval de geregistreerde een aanbieding van effecten heeft gedaan voor welke aanbieding hij ontheffing heeft verkregen als bedoeld in artikel 5 van de Wet effectenhandel in de maand januari van het tweede jaar volgende op het kalenderjaar waarin de aanbieding heeft plaatsgehad;
b. ingeval de geregistreerde als effectenbemiddelaar, dan wel beheerder van een fonds voor gemene rekening een vergunning heeft verkregen als bedoeld in artikel 6, tweede lid respectievelijk artikel 9, tweede lid van de Wet effectenhandel, in de maand januari van het vijfde jaar volgende op het kalenderjaar waarin de vergunning is ingetrokken ingevolge artikel 12 van de Wet effectenhandel;
c. ingeval de geregistreerde als effectenbemiddelaar, dan wel beheerder van een fonds voor gemene rekening een ontheffing heeft verkregen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, respectievelijk artikel 11, eerste lid, van de Wet effectenhandel, in de maand januari van het vijfde jaar volgende op het kalenderjaar waarin de ontheffing is verlopen dan wel is ingetrokken ingevolge artikel 12 van de Wet effectenhandel;
d. ingeval de geregistreerde als effectenbemiddelaar dan wel als beheerder van een fonds voor gemene rekening behoort tot een categorie die een vrijstelling heeft verkregen ingevolge artikel 8, eerste lid respectievelijk 11, eerste lid van de Wet effectenhandel, in de maand januari van het vijfde jaar volgende op het kalenderjaar waarin de vrijstelling voor de categorie waartoe de geregistreerde behoort, is ingetrokken.