BWBR0003944
Geldig vanaf 05-04-1986
Artikel 6
Beschikking aanvulling superheffing
1. Een toekenning op grond van artikel 2 kan niet samengaan met een toekenning op grond van de artikelen 3, 4 en 5.
2. Toekenning op grond van de artikelen 3 en 4 kunnen niet samengaan.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 5 en het vierde lid kan een toekenning op grond van deze regeling niet samengaan met een toekenning van een bijzondere heffingvrije hoeveelheid op grond van
a. de beschikking: met uitzondering van een toekenning op grond van artikel 17, indien de investeringsverplichtingen, bedoeld in artikel 2 van deze regeling, zijn aangegaan vóór het moment waarop de plaatselijke commissie de toezegging tot vergroting of verplaatsing heeft gedaan.
b. artikel 9 van de Beschikking superheffing 1985; tenzij de investeringsverplichtingen, bedoeld in artikel 2 van deze regeling, zijn aangegaan vóór het moment waarop de plaatselijke commissie de toezegging tot vergroting of verplaatsing heeft gedaan.
c. de Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties (Stcrt. 1985, 109);
d. de Beschikking superheffing bedrijfsopvolgingssituaties onderbezetting.
4. Indien op grond van deze regeling een aanspraak kan worden gemaakt op een hogere heffingvrije hoeveelheid dan op grond van één van de in het derde lid genoemde regelingen, kan een toekenning plaatsvinden op grond van deze regeling; alsdan vervalt de toekenning gebaseerd op de in het derde lid genoemde regelingen.
2. Toekenning op grond van de artikelen 3 en 4 kunnen niet samengaan.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 5 en het vierde lid kan een toekenning op grond van deze regeling niet samengaan met een toekenning van een bijzondere heffingvrije hoeveelheid op grond van
a. de beschikking: met uitzondering van een toekenning op grond van artikel 17, indien de investeringsverplichtingen, bedoeld in artikel 2 van deze regeling, zijn aangegaan vóór het moment waarop de plaatselijke commissie de toezegging tot vergroting of verplaatsing heeft gedaan.
b. artikel 9 van de Beschikking superheffing 1985; tenzij de investeringsverplichtingen, bedoeld in artikel 2 van deze regeling, zijn aangegaan vóór het moment waarop de plaatselijke commissie de toezegging tot vergroting of verplaatsing heeft gedaan.
c. de Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties (Stcrt. 1985, 109);
d. de Beschikking superheffing bedrijfsopvolgingssituaties onderbezetting.
4. Indien op grond van deze regeling een aanspraak kan worden gemaakt op een hogere heffingvrije hoeveelheid dan op grond van één van de in het derde lid genoemde regelingen, kan een toekenning plaatsvinden op grond van deze regeling; alsdan vervalt de toekenning gebaseerd op de in het derde lid genoemde regelingen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003944
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl