BWBR0003941
Geldig vanaf 2004-04-02
Artikel 5
Uitvoeringsbesluit vergoedingen particulier verzekerden
1. Vergoeding van de kosten van tandheelkundige hulp aan verzekerden met een bijzondere aangeboren of verworven tandheelkundige afwijking omvat vergoeding van de kosten voor 90% van de voor deze verzekerden noodzakelijke hulp, verband houdende met de behandeling van de navolgende afwijkingen:
a. het niet aangelegd zijn van gebitselementen, waarbij het aantal ontbrekende elementen tenminste tien dient te zijn;
b. een kaakgewrichtsafwijking (pijndisfunctie-syndroom);
c. een defect ten gevolge van een ongeval, waarbij normale prothetische voorzieningen niet toereikend zijn (dento-alveolair defect);
d. een lip- of kaak- of verhemeltespleet in de bovenkaak (cheilo- of gnatho- of palatoschisis);
e. een uitgebreid defect aan de mond of kaak of het aangezicht, eventueel na een voorgaande chirurgische behandeling (oro-maxillo-faciaal defect).
2. De verzekerde jonger dan 18 jaar heeft tevens aanspraak op vergoeding van de kosten van tandvervangende hulp met niet-plastische materialen indien het de vervanging van een of meer ontbrekende, blijvende snij- of hoektanden betreft die niet zijn aangelegd, dan wel omdat het ontbreken van die tand of die tanden het directe gevolg is van een ongeval.
a. het niet aangelegd zijn van gebitselementen, waarbij het aantal ontbrekende elementen tenminste tien dient te zijn;
b. een kaakgewrichtsafwijking (pijndisfunctie-syndroom);
c. een defect ten gevolge van een ongeval, waarbij normale prothetische voorzieningen niet toereikend zijn (dento-alveolair defect);
d. een lip- of kaak- of verhemeltespleet in de bovenkaak (cheilo- of gnatho- of palatoschisis);
e. een uitgebreid defect aan de mond of kaak of het aangezicht, eventueel na een voorgaande chirurgische behandeling (oro-maxillo-faciaal defect).
2. De verzekerde jonger dan 18 jaar heeft tevens aanspraak op vergoeding van de kosten van tandvervangende hulp met niet-plastische materialen indien het de vervanging van een of meer ontbrekende, blijvende snij- of hoektanden betreft die niet zijn aangelegd, dan wel omdat het ontbreken van die tand of die tanden het directe gevolg is van een ongeval.