BWBR0003919
Geldig vanaf 1986-01-01
Artikel 3
Wet opheffing openbaar lichaam Rijnmond
1. De door het openbaar lichaam gegeven voorschriften, geldende op de dag voorafgaande aan de datum van opheffing, behouden gedurende twee jaren na die datum hun rechtskracht, voor zover het ingevolge artikel 6, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, bevoegde gezag deze voorschriften voor zijn grondgebied niet eerder vervallen verklaart.
2. Door het bestuur van het openbaar lichaam genomen besluiten worden met ingang van de dag, waarop de desbetreffende bevoegdheden krachtens artikel 7, eerste onderscheidenlijk tweede lid, op de provincie Zuid-Holland dan wel een gemeente overgaan, geacht door het bestuur van die provincie dan wel die gemeente te zijn genomen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot belastingverordeningen. Belastingverordeningen vastgesteld op grond van artikel 59 c, eerste lid, van de Wet openbaar lichaam Rijnmond behouden hun rechtskracht gedurende één jaar na de datum van opheffing, voor zover het bevoegde gezag deze voorschriften niet eerder vervallen verklaart, met dien verstande dat zij hun rechtskracht behouden voor de belastingjaren welke voordien zijn aangevangen en de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan.
4. Belastingverordeningen van de provincie Zuid-Holland gelden niet in het gebied van het openbaar lichaam indien ter zake verordeningen van het openbaar lichaam rechtskracht hebben ingevolge het derde lid.
2. Door het bestuur van het openbaar lichaam genomen besluiten worden met ingang van de dag, waarop de desbetreffende bevoegdheden krachtens artikel 7, eerste onderscheidenlijk tweede lid, op de provincie Zuid-Holland dan wel een gemeente overgaan, geacht door het bestuur van die provincie dan wel die gemeente te zijn genomen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot belastingverordeningen. Belastingverordeningen vastgesteld op grond van artikel 59 c, eerste lid, van de Wet openbaar lichaam Rijnmond behouden hun rechtskracht gedurende één jaar na de datum van opheffing, voor zover het bevoegde gezag deze voorschriften niet eerder vervallen verklaart, met dien verstande dat zij hun rechtskracht behouden voor de belastingjaren welke voordien zijn aangevangen en de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan.
4. Belastingverordeningen van de provincie Zuid-Holland gelden niet in het gebied van het openbaar lichaam indien ter zake verordeningen van het openbaar lichaam rechtskracht hebben ingevolge het derde lid.