BWBR0003904
Geldig vanaf 1986-01-01
Artikel 9
Wet opheffing agglomeratie Eindhoven
1. Alle rechten en verplichtingen van de agglomeratie, voor zover die na de opheffing van de agglomeratie voortbestaan, gaan met ingang van de datum van opheffing over op de gemeente Eindhoven, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd.
2. Wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de agglomeratie betrokken is, worden met ingang van de datum van opheffing voortgezet door of tegen de gemeente Eindhoven. Ten aanzien van de rechtsgedingen is het bepaalde in de artikelen 254 tot en met 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingvan overeenkomstige toepassing.
3. Ten aanzien van de in het eerste lid begrepen registergoederen zal verandering in de tenaamstelling in de kadastrale legger plaatshebben. Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven doen de daartoe nodige opgaven aan de hypotheekbewaarder.
2. Wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de agglomeratie betrokken is, worden met ingang van de datum van opheffing voortgezet door of tegen de gemeente Eindhoven. Ten aanzien van de rechtsgedingen is het bepaalde in de artikelen 254 tot en met 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingvan overeenkomstige toepassing.
3. Ten aanzien van de in het eerste lid begrepen registergoederen zal verandering in de tenaamstelling in de kadastrale legger plaatshebben. Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven doen de daartoe nodige opgaven aan de hypotheekbewaarder.