BWBR0003887
Geldig vanaf 1985-12-14
Artikel 2
Ondernemersbesluit ontvanginrichtingen
1. De ondernemer is verplicht voor ontvanginrichtingen bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk F van het Besluit radio-elektrische inrichtingen een doorlopend register te houden en daarin onverwijld aantekening te doen van alle door hem vervaardigde, ontvangen en afgeleverde ontvanginrichtingen.
2. Het register dient zodanig te zijn ingericht dat op de te controleren bedrijfsvestiging de geregistreerde gegevens met betrekking tot ontvanginrichtingen van de desbetreffende bedrijfsvestiging onmiddellijk beschikbaar zijn en een volledig inzicht geven.
3. De ondernemer is verplicht in het register onverwijld de navolgende gegevens te vermelden:
a. datum van productie of ontvangst alsmede van aflevering van de ontvanginrichtingen;
b. fabrikaat, type-aanduiding en serienummer van de ontvanginrichtingen;
c. naam, adres, woonplaats en voor zover van toepassing het machtigingsnummer van degene van wie de onvanginrichting afkomstig is dan wel van degene aan wie de ontvanginrichting is afgeleverd.
4. Indien de te registreren ontvanginrichtingen niet zijn voorzien van een serienummer is de ondernemer verplicht hierop een eigen serienummer aan te brengen op een zodanige wijze dat dit nummer niet op eenvoudige wijze uitwisbaar of verwijderbaar is.
5. De in het register opgenomen gegevens met betrekking tot een ontvanginrichting dienen gedurende ten minste 3 jaren na aflevering van de ontvanginrichting te worden bewaard.
6. De ondernemer die een register dient bij te houden is verplicht de door of vanwege het hoofd van de Radiocontroledienst van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie opgevraagde gegevens uit het register binnen de daarbij te stellen termijn aan deze toe te zenden.
2. Het register dient zodanig te zijn ingericht dat op de te controleren bedrijfsvestiging de geregistreerde gegevens met betrekking tot ontvanginrichtingen van de desbetreffende bedrijfsvestiging onmiddellijk beschikbaar zijn en een volledig inzicht geven.
3. De ondernemer is verplicht in het register onverwijld de navolgende gegevens te vermelden:
a. datum van productie of ontvangst alsmede van aflevering van de ontvanginrichtingen;
b. fabrikaat, type-aanduiding en serienummer van de ontvanginrichtingen;
c. naam, adres, woonplaats en voor zover van toepassing het machtigingsnummer van degene van wie de onvanginrichting afkomstig is dan wel van degene aan wie de ontvanginrichting is afgeleverd.
4. Indien de te registreren ontvanginrichtingen niet zijn voorzien van een serienummer is de ondernemer verplicht hierop een eigen serienummer aan te brengen op een zodanige wijze dat dit nummer niet op eenvoudige wijze uitwisbaar of verwijderbaar is.
5. De in het register opgenomen gegevens met betrekking tot een ontvanginrichting dienen gedurende ten minste 3 jaren na aflevering van de ontvanginrichting te worden bewaard.
6. De ondernemer die een register dient bij te houden is verplicht de door of vanwege het hoofd van de Radiocontroledienst van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie opgevraagde gegevens uit het register binnen de daarbij te stellen termijn aan deze toe te zenden.