BWBR0003865
Geldig vanaf 1985-11-01
Artikel 8
Privacy-regeling centrale registratie tuchtrechtelijke gegevens Koninklijke Landmacht 1985
1. De geregistreerde heeft het recht om correctie te vragen van de registratie indien naar zijn oordeel de opgenomen gegevens onjuist zijn of ten onrechte in de registratie zijn opgenomen danwel gegevens ontbreken die daarin wel opgenomen hadden moeten zijn.
2. Indien de geregistreerde gebruik wil maken van zijn recht om correctie te vragen, dient hij een verzoek in bij de houder. In dat verzoek vermeldt hij de gegevens, die naar zijn mening niet juist in de registratie zijn vermeld danwel verwijderd of opgenomen moeten worden, met vermelding van de reden van de gewenste correctie.
3. De houder onderzoekt de juistheid van de gevraagde correctie en draagt er zorg voor dat:
a. indien hij van oordeel is dat de correctie moet plaatsvinden, de uitvoerder de noodzakelijke verbetering, aanvulling of verwijdering zo spoedig mogelijk verricht;
b. indien correctie heeft plaatsgevonden, verzoeker daarvan zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld;
c. indien aan een verzoek tot correctie van de geregistreerde wordt voldaan, aan hen van wie hij kan nagaan dat zij onjuiste niet ter zake doende of onvolledige gegevens hebben ontvangen, mededeling wordt gedaan van de verbetering, verwijdering of aanvulling van gegevens. Het voorgaande geldt niet indien de verzoeker desgevraagd te kennen heeft gegeven op het doen van die mededeling geen prijs te stellen;
d. indien hij van mening is dat er geen aanleiding bestaat de registratie te corrigeren, dit zo spoedig mogelijk – met reden omkleed – aan verzoeker wordt meegedeeld.
4. Verzoeker kan zich tot de minister van Defensie wenden met bezwaren tegen een afwijzende beslissing van de houder. De minister brengt zijn beslissing ter kennis van de verzoeker en de houder.
2. Indien de geregistreerde gebruik wil maken van zijn recht om correctie te vragen, dient hij een verzoek in bij de houder. In dat verzoek vermeldt hij de gegevens, die naar zijn mening niet juist in de registratie zijn vermeld danwel verwijderd of opgenomen moeten worden, met vermelding van de reden van de gewenste correctie.
3. De houder onderzoekt de juistheid van de gevraagde correctie en draagt er zorg voor dat:
a. indien hij van oordeel is dat de correctie moet plaatsvinden, de uitvoerder de noodzakelijke verbetering, aanvulling of verwijdering zo spoedig mogelijk verricht;
b. indien correctie heeft plaatsgevonden, verzoeker daarvan zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld;
c. indien aan een verzoek tot correctie van de geregistreerde wordt voldaan, aan hen van wie hij kan nagaan dat zij onjuiste niet ter zake doende of onvolledige gegevens hebben ontvangen, mededeling wordt gedaan van de verbetering, verwijdering of aanvulling van gegevens. Het voorgaande geldt niet indien de verzoeker desgevraagd te kennen heeft gegeven op het doen van die mededeling geen prijs te stellen;
d. indien hij van mening is dat er geen aanleiding bestaat de registratie te corrigeren, dit zo spoedig mogelijk – met reden omkleed – aan verzoeker wordt meegedeeld.
4. Verzoeker kan zich tot de minister van Defensie wenden met bezwaren tegen een afwijzende beslissing van de houder. De minister brengt zijn beslissing ter kennis van de verzoeker en de houder.