BWBR0003861
Geldig vanaf 1985-11-07
Artikel 6
Schoolpracticumbesluit voortgezet onderwijs
1. De aanmelding van een student voor het schoolpracticum geschiedt door het bevoegd gezag van de opleidingsinstelling, dan wel door de voorzitter van de staatsexamencommissie, belast met het afnemen van het examen aan de student ter verkrijging van het bewijs van bekwaamheid, dan wel het bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding.
2. De aanmelding geschiedt voorafgaande aan het schooljaar waarin het schoolpracticum van de student dient plaats te vinden, en wel in de periode van 1 tot en met 28 februari.
3. De aanmelding kan ook geschieden na de aanvang van het schooljaar waarin het schoolpracticum van de student dient plaats te vinden, en wel in de periode van 15 tot en met 31 augustus.
4. De scholen delen aan de opleidingsinstellingen en de staatsexamencommissies, na overleg met hen, mede:
a. welke van de door hen aangemelde studenten worden geplaatst;
b. gedurende welke tijdvakken en in welke vakken elk van de geplaatste studenten aan het schoolpracticum kan deelnemen;
c. welke leraren elk van de geplaatste studenten in het schoolpracticum zullen begeleiden;
d. wanneer en op welke wijze de studenten contact kunnen opnemen met de begeleidende leraren.
5. De mededelingen, bedoeld in het vierde lid, worden verstrekt:
a. naar aanleiding van de aanmeldingen, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk op 1 mei daaropvolgend;
b. naar aanleiding van de aanmeldingen, bedoeld in het derde lid, uiterlijk op 1 oktober daaropvolgend.
2. De aanmelding geschiedt voorafgaande aan het schooljaar waarin het schoolpracticum van de student dient plaats te vinden, en wel in de periode van 1 tot en met 28 februari.
3. De aanmelding kan ook geschieden na de aanvang van het schooljaar waarin het schoolpracticum van de student dient plaats te vinden, en wel in de periode van 15 tot en met 31 augustus.
4. De scholen delen aan de opleidingsinstellingen en de staatsexamencommissies, na overleg met hen, mede:
a. welke van de door hen aangemelde studenten worden geplaatst;
b. gedurende welke tijdvakken en in welke vakken elk van de geplaatste studenten aan het schoolpracticum kan deelnemen;
c. welke leraren elk van de geplaatste studenten in het schoolpracticum zullen begeleiden;
d. wanneer en op welke wijze de studenten contact kunnen opnemen met de begeleidende leraren.
5. De mededelingen, bedoeld in het vierde lid, worden verstrekt:
a. naar aanleiding van de aanmeldingen, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk op 1 mei daaropvolgend;
b. naar aanleiding van de aanmeldingen, bedoeld in het derde lid, uiterlijk op 1 oktober daaropvolgend.