BWBR0003844
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 3
Besluit taak, werkwijze en samenstelling Centrale Landinrichtingscommissie
1. De Centrale Landinrichtingscommissie bestaat uit 17 leden, te weten:
a. de Directeur-Generaal van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die tevens voorzitter is;
b. vier ambtelijke leden, onderscheidenlijk vertegenwoordigende: Onze Minister, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
c. twee leden, die worden benoemd op voordracht van het Interprovinciaal Overleg;
d. één lid dat benoemd wordt op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
e. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Unie van Waterschappen;
f. drie leden, die worden benoemd op voordracht van de Federatie van Land- en Tuinbouworganisaties Nederland;
g. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Stichting Natuur en Milieu;
h. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten;
i. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB;
j. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Boseigenaren en van het Bosschap gezamenlijk;
k. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Federatie Nederlandse Vakbeweging en het Christelijk Nationaal Vakverbond.
2. Bij koninklijk besluit worden uit de leden een of meer plaatsvervangende voorzitters aangewezen.
3. De Directeur van de Landinrichtingsdienst is secretaris van de centrale commissie. Bij koninklijk besluit wordt een adjunct-secretaris aangewezen.
a. de Directeur-Generaal van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die tevens voorzitter is;
b. vier ambtelijke leden, onderscheidenlijk vertegenwoordigende: Onze Minister, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
c. twee leden, die worden benoemd op voordracht van het Interprovinciaal Overleg;
d. één lid dat benoemd wordt op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
e. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Unie van Waterschappen;
f. drie leden, die worden benoemd op voordracht van de Federatie van Land- en Tuinbouworganisaties Nederland;
g. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Stichting Natuur en Milieu;
h. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten;
i. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB;
j. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Boseigenaren en van het Bosschap gezamenlijk;
k. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Federatie Nederlandse Vakbeweging en het Christelijk Nationaal Vakverbond.
2. Bij koninklijk besluit worden uit de leden een of meer plaatsvervangende voorzitters aangewezen.
3. De Directeur van de Landinrichtingsdienst is secretaris van de centrale commissie. Bij koninklijk besluit wordt een adjunct-secretaris aangewezen.