BWBR0003839
Geldig vanaf 1999-02-12
Artikel 3c
Besluit onderwijsbevoegdheden W.V.O./O.W.V.O.
1. De goedkeuring tot afwijking voor onbepaalde tijd van de eisen van benoembaarheid, gesteld in artikel 33, eerste lid, onderdelen ben c, van de wet, bedoeld in artikel 114a van de Overgangswet W.V.O., kan door Onze Minister slechts worden verleend ten aanzien van de betrokkene, werkzaam aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs voor wie het bevoegd gezag een daartoe strekkende aanvraag heeft ingediend.
2. De goedkeuring wordt slechts verleend indien de betrokkene:
a. de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt, en
b. in 10 achtereenvolgende schooljaren aan een of meer scholen voor voortgezet onderwijs onder het bevoegd gezag dat om die goedkeuring heeft verzocht of diens rechtsvoorgangers, elk schooljaar belast is geweest met een gemiddelde lessentaak van ten minste 19 klokuren per week, waarvoor hij onbevoegd is in het zelfde vak dan wel het geheel van vakken die kunnen worden geacht te behoren tot eenzelfde leerstofgebied.
3. De goedkeuring geldt slechts ten behoeve van de voortzetting van de betrekking van betrokkene aan een school als bedoeld in het eerste lid onder het bevoegd gezag dat daartoe een verzoek heeft ingediend of onder diens rechtsopvolgers.
2. De goedkeuring wordt slechts verleend indien de betrokkene:
a. de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt, en
b. in 10 achtereenvolgende schooljaren aan een of meer scholen voor voortgezet onderwijs onder het bevoegd gezag dat om die goedkeuring heeft verzocht of diens rechtsvoorgangers, elk schooljaar belast is geweest met een gemiddelde lessentaak van ten minste 19 klokuren per week, waarvoor hij onbevoegd is in het zelfde vak dan wel het geheel van vakken die kunnen worden geacht te behoren tot eenzelfde leerstofgebied.
3. De goedkeuring geldt slechts ten behoeve van de voortzetting van de betrekking van betrokkene aan een school als bedoeld in het eerste lid onder het bevoegd gezag dat daartoe een verzoek heeft ingediend of onder diens rechtsopvolgers.