BWBR0003810
Geldig vanaf 1985-11-25
Artikel 4
Instelling Adviesraad voor het Hoger Onderwijs (ARHO)
1. De raad bestaat uit:
ten minste vijf en ten hoogste negen permanente leden, waaronder de voorzitter,
tijdelijke leden,
adviserende leden.
Leden zijn stemgerechtigd en nemen deel aan de besluitvorming. Adviserende leden nemen deel aan de gedachtenwisseling binnen de raad maar onthouden zich van het uitbrengen van een stem ten aanzien van adviezen.
2. Benoeming van de permanente leden van de raad zal zoveel mogelijk gericht zijn op een evenwichtige spreiding van hun gezamenlijke deskundigheid ten aanzien van het hoger onderwijs.
3. Alle leden worden benoemd en ontslagen door de minister.
4. Permanente leden worden benoemd voor vier jaren dan wel voor een periode waarvoor de raad is ingesteld. Adviserende leden kunnen worden benoemd voor de in de eerste volzin bedoelde periode. Permanente leden en adviserende leden, die voor vier jaren zijn benoemd, kunnen telkens worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren.
5. De voorzitter wordt voor de volle werktijd benoemd. De overige permanente leden en de adviserende leden worden voor een gedeeltelijke werktijd benoemd.
6. De tijdelijk leden worden benoemd voor een bij de benoeming vast te stellen periode en werktijd, ten behoeve van een tevens bij de benoeming vast te stellen onderdeel van het in artikel 7bedoelde adviesprogramma.
ten minste vijf en ten hoogste negen permanente leden, waaronder de voorzitter,
tijdelijke leden,
adviserende leden.
Leden zijn stemgerechtigd en nemen deel aan de besluitvorming. Adviserende leden nemen deel aan de gedachtenwisseling binnen de raad maar onthouden zich van het uitbrengen van een stem ten aanzien van adviezen.
2. Benoeming van de permanente leden van de raad zal zoveel mogelijk gericht zijn op een evenwichtige spreiding van hun gezamenlijke deskundigheid ten aanzien van het hoger onderwijs.
3. Alle leden worden benoemd en ontslagen door de minister.
4. Permanente leden worden benoemd voor vier jaren dan wel voor een periode waarvoor de raad is ingesteld. Adviserende leden kunnen worden benoemd voor de in de eerste volzin bedoelde periode. Permanente leden en adviserende leden, die voor vier jaren zijn benoemd, kunnen telkens worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren.
5. De voorzitter wordt voor de volle werktijd benoemd. De overige permanente leden en de adviserende leden worden voor een gedeeltelijke werktijd benoemd.
6. De tijdelijk leden worden benoemd voor een bij de benoeming vast te stellen periode en werktijd, ten behoeve van een tevens bij de benoeming vast te stellen onderdeel van het in artikel 7bedoelde adviesprogramma.