BWBR0003808
Geldig vanaf 1985-08-01
Artikel B3
Besluit overgangsmaatregelen s.o. 1985
1. Voor de belanghebbende wordt op 1 augustus 1985 een schaalsalaris vastgesteld in het carrièrepatroon van de functie waarin hij wordt benoemd volgens het bepaalde in hoofdstuk I-Qdan wel hoofdstuk I-R van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, dat zo dicht mogelijk ligt bij en ten minste gelijk is aan het salaris bij een normbetrekking dat voor hem op 31 juli 1985 gold.
2. Het salaris bij een normbetrekking, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend aan de hand van:
a. het feitelijke salaris volgens de schaal die voor de belanghebbende op 31 juli 1985 voor de salarisberekening in aanmerking werd genomen, in voorkomend geval verhoogd met:
b. de salarisverhoging bedoeld in de artikelen I-Q6a, I-Q10, I-Q11, I-Q12, I-Q14, I-Q15, tweede lid, I-Q16 en I-Q17 van het Rechtspositiebesluit KO/LO;
c. de toelage bedoeld in de artikelen I-Q18, I-Q19 en I-Q20 van het Rechtspositiebesluit KO/LO.
Het bedrag van het feitelijke salaris bedoeld onder aeventueel verhoogd met de salarisverhogingen bedoeld onder ben de toelagen bedoeld onder cwordt zonodig omgerekend naar een bedrag bij een normbetrekking door vermenigvuldiging met 26/x, waarbij x is het voor de belanghebbende op 31 juli 1985 geldende getal voor de letter x in de breuk genoemd in artikel I-Q30 van het Rechtspositiebesluit KO/LO, waarna de aldus verkregen uitkomst nog wordt verhoogd met de toelage bedoeld in artikel I-U7 van het Rechtspositiebesluit KO/LO indien de belanghebbende op 31 juli 1985 daarop aanspraak had.
3. Indien het salaris van een belanghebbende bij een normbetrekking op 31 juli 1985, berekend volgens het bepaalde in het tweede lid, hoger is dan het maximum van de bij zijn functie behorende maximumschaal per 1 augustus 1985, geschiedt de inpassing op een schaalsalaris dat zo dicht mogelijk ligt bij en ten minste gelijk is aan zijn salaris bij een normbetrekking op 31 juli 1985 en wel in de laagste schaal waarvan het maximum gelijk is aan of hoger is dan dat salaris bij een normbetrekking.
4. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel I-R106, tweede lid van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelwordt de belanghebbende, wiens schaalsalaris aan de hand van dit hoofdstuk wordt vastgesteld in de laagste bij zijn functie behorende aanloopschaal, geacht op 1 augustus 1985 in dienst te zijn getreden.
2. Het salaris bij een normbetrekking, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend aan de hand van:
a. het feitelijke salaris volgens de schaal die voor de belanghebbende op 31 juli 1985 voor de salarisberekening in aanmerking werd genomen, in voorkomend geval verhoogd met:
b. de salarisverhoging bedoeld in de artikelen I-Q6a, I-Q10, I-Q11, I-Q12, I-Q14, I-Q15, tweede lid, I-Q16 en I-Q17 van het Rechtspositiebesluit KO/LO;
c. de toelage bedoeld in de artikelen I-Q18, I-Q19 en I-Q20 van het Rechtspositiebesluit KO/LO.
Het bedrag van het feitelijke salaris bedoeld onder aeventueel verhoogd met de salarisverhogingen bedoeld onder ben de toelagen bedoeld onder cwordt zonodig omgerekend naar een bedrag bij een normbetrekking door vermenigvuldiging met 26/x, waarbij x is het voor de belanghebbende op 31 juli 1985 geldende getal voor de letter x in de breuk genoemd in artikel I-Q30 van het Rechtspositiebesluit KO/LO, waarna de aldus verkregen uitkomst nog wordt verhoogd met de toelage bedoeld in artikel I-U7 van het Rechtspositiebesluit KO/LO indien de belanghebbende op 31 juli 1985 daarop aanspraak had.
3. Indien het salaris van een belanghebbende bij een normbetrekking op 31 juli 1985, berekend volgens het bepaalde in het tweede lid, hoger is dan het maximum van de bij zijn functie behorende maximumschaal per 1 augustus 1985, geschiedt de inpassing op een schaalsalaris dat zo dicht mogelijk ligt bij en ten minste gelijk is aan zijn salaris bij een normbetrekking op 31 juli 1985 en wel in de laagste schaal waarvan het maximum gelijk is aan of hoger is dan dat salaris bij een normbetrekking.
4. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel I-R106, tweede lid van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelwordt de belanghebbende, wiens schaalsalaris aan de hand van dit hoofdstuk wordt vastgesteld in de laagste bij zijn functie behorende aanloopschaal, geacht op 1 augustus 1985 in dienst te zijn getreden.