BWBR0003805
Geldig vanaf 1985-06-08
Artikel 6
Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985
Degenen die gerechtigd zijn de aaldogger- en aalhoekwantvisserij uit te oefenen, is het in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, 2en 3, toegestaan baars met een lengte, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, kleiner dan 15 cm, in het tijdvak van 1 maart tot en met 31 oktober tot een hoeveelheid van ten hoogste 5 kg te behouden, voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren, voorzover aannemelijk is dat deze als lokaas zal worden gebruikt.