BWBR0003785
Geldig vanaf 1985-05-08
Artikel 5
Spaarregeling gemoedsbezwaarden ex artikel 48 AOW
1. Indien degene, die een spaarrekening heeft, huwt met iemand die eveneens een zodanige spaarrekening heeft, wordt het saldo van hun spaarrekeningen overgeboekt op een voor hen gezamenlijk aan te leggen spaarrekening.
De vorige volzin blijft buiten toepassing, indien man en vrouw beiden reeds in het genot zijn van een uitkering als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
2. Indien een echtpaar, dat een gezamenlijke spaarrekening heeft, duurzaam gescheiden is gaan leven of van echt is gaan scheiden, wordt de helft van het saldo van de spaarrekening, aanwezig op de dag met ingang waarvan het duurzaam gescheiden leven een aanvang nam, onderscheidenlijk de echtscheiding plaatshad, overgeboekt op een voor ieder van hen aan te leggen afzonderlijke spaarrekening.
3. Indien een man en een vrouw, die in verband met het vorige lid beiden een spaarrekening hebben, na duurzaam gescheiden van elkaar te hebben geleefd, weer zijn gaan samenwonen, vindt het bepaalde in het eerste lid overeenkomstige toepassing.
4. Indien van een echtpaar, dat een gezamenlijke spaarrekening heeft, één van de echtgenoten overlijdt, wordt het saldo van die spaarrekening overgeboekt op een voor de langstlevende echtgenoot aan te leggen spaarrekening.
5. Het saldo, in de vorige leden bedoeld, is gelijk aan het totaal van de overeenkomstig artikel 2geboekte bedragen, verminderd met, indien uitkering is genoten, het totale bedrag van de uitkeringen, aangetekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.
De vorige volzin blijft buiten toepassing, indien man en vrouw beiden reeds in het genot zijn van een uitkering als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
2. Indien een echtpaar, dat een gezamenlijke spaarrekening heeft, duurzaam gescheiden is gaan leven of van echt is gaan scheiden, wordt de helft van het saldo van de spaarrekening, aanwezig op de dag met ingang waarvan het duurzaam gescheiden leven een aanvang nam, onderscheidenlijk de echtscheiding plaatshad, overgeboekt op een voor ieder van hen aan te leggen afzonderlijke spaarrekening.
3. Indien een man en een vrouw, die in verband met het vorige lid beiden een spaarrekening hebben, na duurzaam gescheiden van elkaar te hebben geleefd, weer zijn gaan samenwonen, vindt het bepaalde in het eerste lid overeenkomstige toepassing.
4. Indien van een echtpaar, dat een gezamenlijke spaarrekening heeft, één van de echtgenoten overlijdt, wordt het saldo van die spaarrekening overgeboekt op een voor de langstlevende echtgenoot aan te leggen spaarrekening.
5. Het saldo, in de vorige leden bedoeld, is gelijk aan het totaal van de overeenkomstig artikel 2geboekte bedragen, verminderd met, indien uitkering is genoten, het totale bedrag van de uitkeringen, aangetekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.