BWBR0003782
Geldig vanaf 1986-07-01
Artikel 7
Beoordelingsvoorschrift Burgerlijk Rijkspersoneel 1985
1. De ambtenaar kan binnen twee weken na het beoordelingsgesprek schriftelijk bedenkingen tegen de beoordeling indienen bij de beoordelingsautoriteit. De beoordelingsautoriteit kan de genoemde termijn verlengen.
2. De beoordelingsautoriteit stelt namens het bevoegd gezag de beoordeling vast, wanneer de ambtenaar geen bedenkingen heeft ingediend binnen de in het eerste lid bedoelde termijn.
3. De ambtenaar die bedenkingen heeft ingediend, wordt in de gelegenheid gesteld deze mondeling bij de beoordelingsautoriteit toe te lichten. Deze kan bepalen dat andere personen bij dit gesprek aanwezig zijn.
4. De beoordelingsautoriteit wijzigt de beoordeling in zover hij de bedenkingen van de ambtenaar deelt en stelt de beoordeling namens het bevoegd gezag vast.
5. Bij de vaststelling van de beoordeling deelt de beoordelingsautoriteit de ambtenaar schriftelijk mee of hij wijzigingen in de beoordeling heeft aangebracht, en, zo ja, welke. Daarbij vermeldt hij in voorkomend geval de redenen waarom hij niet of niet volledig aan de bedenkingen is tegemoet gekomen.
2. De beoordelingsautoriteit stelt namens het bevoegd gezag de beoordeling vast, wanneer de ambtenaar geen bedenkingen heeft ingediend binnen de in het eerste lid bedoelde termijn.
3. De ambtenaar die bedenkingen heeft ingediend, wordt in de gelegenheid gesteld deze mondeling bij de beoordelingsautoriteit toe te lichten. Deze kan bepalen dat andere personen bij dit gesprek aanwezig zijn.
4. De beoordelingsautoriteit wijzigt de beoordeling in zover hij de bedenkingen van de ambtenaar deelt en stelt de beoordeling namens het bevoegd gezag vast.
5. Bij de vaststelling van de beoordeling deelt de beoordelingsautoriteit de ambtenaar schriftelijk mee of hij wijzigingen in de beoordeling heeft aangebracht, en, zo ja, welke. Daarbij vermeldt hij in voorkomend geval de redenen waarom hij niet of niet volledig aan de bedenkingen is tegemoet gekomen.