BWBR0003765
Geldig vanaf 1985-03-01
Artikel 8
Wet rampen en zware ongevallen
1. Indien de burgemeester verzuimt het rampbestrijdingsplan vast te stellen, nodigt de commissaris van de Koning hem uit om het plan binnen drie maanden vast te stellen.
2. Indien de commissaris van de Koning van oordeel is dat het rampbestrijdingsplan niet aan de wettelijke eisen voldoet, nodigt hij de burgemeester binnen drie maanden nadat het plan is ontvangen uit het plan binnen een door hem vast te stellen termijn te wijzigen.
3. Indien de commissaris van de Koning van oordeel is dat het rampbestrijdingsplan niet meer actueel is, nodigt hij de burgemeester uit het plan binnen een door hem vast te stellen termijn te wijzigen.
4. Indien de burgemeester geen gevolg geeft aan een uitnodiging op grond van het eerste, tweede of derde lid, stelt de commissaris van de Koning het plan respectievelijk de wijziging daarvan binnen zes maanden op kosten van de gemeente vast.
5. Alvorens de bevoegdheden, bedoeld in de vorige leden, toe te passen, treedt de commissaris van de Koning in overleg met de burgemeester.
2. Indien de commissaris van de Koning van oordeel is dat het rampbestrijdingsplan niet aan de wettelijke eisen voldoet, nodigt hij de burgemeester binnen drie maanden nadat het plan is ontvangen uit het plan binnen een door hem vast te stellen termijn te wijzigen.
3. Indien de commissaris van de Koning van oordeel is dat het rampbestrijdingsplan niet meer actueel is, nodigt hij de burgemeester uit het plan binnen een door hem vast te stellen termijn te wijzigen.
4. Indien de burgemeester geen gevolg geeft aan een uitnodiging op grond van het eerste, tweede of derde lid, stelt de commissaris van de Koning het plan respectievelijk de wijziging daarvan binnen zes maanden op kosten van de gemeente vast.
5. Alvorens de bevoegdheden, bedoeld in de vorige leden, toe te passen, treedt de commissaris van de Koning in overleg met de burgemeester.