BWBR0003763
Geldig vanaf 1985-06-30
Artikel 7
Warenwetregeling containers
Bij de torsiebeproeving wordt de container in onbeladen toestand met elk van de bodemhoeken bevestigd op steunblokken waarvan de bovenzijden zich in één horizontaal vlak bevinden, en wel zodanig dat de container niet in vertikale richting kan worden bewogen en dat zijwaartse beweging met alleen wordt verhinderd aan de bodemhoeken die diagonaal gelegen zijn tegenover de hoeken waarop de beproevingskrachten worden uitgeoefend. In deze stand van de container wordt afzonderlijk of gelijktijdig op de kopstructuren een zodanige uitwendige belasting, gelijk aan die waarvoor de container ontworpen is, uitgeoefend dat hij zijwaarts wordt geduwd en getrokken en wel:
a. op elk bovenhoekstuk aan één zijde van de container, indien deze ten opzichte van zijn vertikale hartlijn symmetrisch is, en
b. op elk bovenhoekstuk aan beide zijden van de container, indien deze ten opzichte van zijn vertikale hartlijn asymmetrisch is,
een en ander in de richting van de bovenhoekstukken langs lijnen, evenwijdig met het bodemraam en de vlakken van de kopwanden, en vervolgens in omgekeerde richting.
a. op elk bovenhoekstuk aan één zijde van de container, indien deze ten opzichte van zijn vertikale hartlijn symmetrisch is, en
b. op elk bovenhoekstuk aan beide zijden van de container, indien deze ten opzichte van zijn vertikale hartlijn asymmetrisch is,
een en ander in de richting van de bovenhoekstukken langs lijnen, evenwijdig met het bodemraam en de vlakken van de kopwanden, en vervolgens in omgekeerde richting.