Artikel 1
1. Voor zover de inhoudingsplichtige in het eerste kwartaal van het kalenderjaar 1985 niet in staat is tijdig rekening te houden met de door de werknemer op grond van artikel 53a van de Uitvoeringsbeschikking loonbelasting 1972 (Stcrt. 253) in te leveren loonbelastingverklaring, wordt de werknemer ingedeeld in de tariefgroep waarin hij bij het einde van het jaar 1984 was ingedeeld. Alsdan wordt geen rekening gehouden met het recht op de aanvullende arbeidstoeslag of met een wijziging in het recht op de aanvullende alleenstaande-ouder-toeslag.
2. Op verzoek van de inhoudingsplichtige kan de inspecteur onder door hem te stellen voorwaarden afwijkende regelen geven met betrekking tot de in het eerste lid opgenomen overgangsregeling.
3. Voor zover uit de toepassing van de vorige leden voor- of nadelen voortvloeien, herstelt de inhoudingsplichtige deze door middel van afrekening in de eerste helft van het jaar 1985.
2. Op verzoek van de inhoudingsplichtige kan de inspecteur onder door hem te stellen voorwaarden afwijkende regelen geven met betrekking tot de in het eerste lid opgenomen overgangsregeling.
3. Voor zover uit de toepassing van de vorige leden voor- of nadelen voortvloeien, herstelt de inhoudingsplichtige deze door middel van afrekening in de eerste helft van het jaar 1985.