BWBR0003728
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 1a
Regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis
1. De koper van verse vis weegt alle door hem ontvangen hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel die zijn gevangen in de gebieden, bedoeld in onderdeel 1.1.1 van bijlage III van Verordening (EG) nr. 51/2006van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (PbEU L 16), overeenkomstig onderdeel 1.6 van die bijlage.
2. De koper of houder van bevroren haring, makreel of horsmakreel, die zijn gevangen in de in het eerste lid bedoelde gebieden, weegt de van die vissoorten aangevoerde hoeveelheden overeenkomstig onderdeel 1.8.1 van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening.
3. In afwijking van het tweede lid kan het gewicht van verpakte bevroren haring, makreel of horsmakreel worden bepaald overeenkomstig onderdeel 1.8.2, van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening.
4. Onder representatief monster als bedoeld in onderdeel 1.8.2, van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening wordt verstaan een overeenkomstig bijlage 2bij deze regeling genomen en gewogen monster.
5. Het wegen van vis als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt gedaan met apparatuur die ten genoegen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is goedgekeurd, gekalibreerd en verzegeld, als bedoeld in onderdeel 1.10.2 van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening.
6. Degene die de weging uitvoert houdt een logboek bij als bedoeld in onderdeel 1.10.2 van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening, dat ten minste drie jaar wordt bewaard.
2. De koper of houder van bevroren haring, makreel of horsmakreel, die zijn gevangen in de in het eerste lid bedoelde gebieden, weegt de van die vissoorten aangevoerde hoeveelheden overeenkomstig onderdeel 1.8.1 van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening.
3. In afwijking van het tweede lid kan het gewicht van verpakte bevroren haring, makreel of horsmakreel worden bepaald overeenkomstig onderdeel 1.8.2, van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening.
4. Onder representatief monster als bedoeld in onderdeel 1.8.2, van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening wordt verstaan een overeenkomstig bijlage 2bij deze regeling genomen en gewogen monster.
5. Het wegen van vis als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt gedaan met apparatuur die ten genoegen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is goedgekeurd, gekalibreerd en verzegeld, als bedoeld in onderdeel 1.10.2 van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening.
6. Degene die de weging uitvoert houdt een logboek bij als bedoeld in onderdeel 1.10.2 van bijlage III van de in het eerste lid bedoelde verordening, dat ten minste drie jaar wordt bewaard.