BWBR0003725
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 2
Besluit staatsraden voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten
1. De artikelen 3, eerste lid, en 3a van de Wet op de Raad van State (Stb. 1962, 88) zijn niet van toepassing op het Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense lid.
2. Het Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense lid wordt na overleg met de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten, ontslagen dan wel op non-actief gesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 11, 12, 13 en 13a van de Wet op de rechterlijke organisatie, met dien verstande, dat in plaats van "procureur-generaal" en "Hoge Raad" wordt gelezen: vice-president, onderscheidenlijk Raad van State van het Koninkrijk.
2. Het Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense lid wordt na overleg met de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten, ontslagen dan wel op non-actief gesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 11, 12, 13 en 13a van de Wet op de rechterlijke organisatie, met dien verstande, dat in plaats van "procureur-generaal" en "Hoge Raad" wordt gelezen: vice-president, onderscheidenlijk Raad van State van het Koninkrijk.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003725
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl