1. Ieder, die de handel in of de verkoop van vlees of vleeswaren of het bewaren van vlees als bedrijf zal gaan uitoefenen of uitoefent, is verplicht ten minste 8 dagen vóór het tijdstip van ingebruikneming, wijziging of beëindiging van het gebruik van de voor de uitoefening van het bedrijf dienende inrichtingen daarvan schriftelijk kennis te geven aan de kringdirecteur onder opgave van de betreffende activiteit(en), van de plaats van vestiging of beëindiging en, bij wijziging, onder opgave van de aard der wijzigingen.
2. Ieder, die op het tijdstip van in werking treden van deze regeling een bedrijf als bedoeld in het eerste lid uitoefent, is gehouden binnen dertig dagen na dat tijdstip daarvan schriftelijk kennis te geven aan de kringdirecteur onder opgave van de betreffende activiteit(en), van de plaats van vestiging van het bedrijf en van de inrichtingen, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend.
3. Van de in het eerste of tweede lid bedoelde kennisgeving wordt door de kringdirecteur een schriftelijk bewijs verstrekt, dat op de eerste vordering van een der ambtenaren, die met betrekking tot de wet opsporingsbevoegdheid bezitten, moet worden getoond.
4. De kringdirecteur verstrekt zo nodig een afschrift van het in het derde lid bedoelde bewijs aan het hoofd van het laboratorium als bedoeld in artikel 18juncto
artikel 33 van de Warenwet(Stb. 1935, 793).