BWBR0003642
Geldig vanaf 1986-04-15
Artikel 35
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
1. Bij regeling van Onze Minister kan voor schepen van een bepaalde categorie, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het Verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld is bepaald, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, vrijstelling worden verleend van één of meer van de bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, onderdeel b of c, 7of 10gestelde eisen.
2. Onze Minister is bevoegd om in bijzondere gevallen, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het Verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld is bepaald, zo nodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, een ontheffing te verlenen van de bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, onderdeel b of c, 7, 10of 12c, eerste lid, gestelde eisen.
3. Een gedraging in strijd met de in het eerste of tweede lid bedoelde voorschriften en beperkingen is verboden.
2. Onze Minister is bevoegd om in bijzondere gevallen, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het Verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld is bepaald, zo nodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, een ontheffing te verlenen van de bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, onderdeel b of c, 7, 10of 12c, eerste lid, gestelde eisen.
3. Een gedraging in strijd met de in het eerste of tweede lid bedoelde voorschriften en beperkingen is verboden.