BWBR0003641
Geldig vanaf 1984-01-01
Artikel 3
Besluit bestrijding bacterievuur 1983
1. Onze Minister kan bij regeling het opplanten, bewaren en vervoeren van planten, behorende tot door hem aangewezen geslachten en soorten verbieden in door hem aangewezen gebieden.
2. Krachtens het vorige lid kunnen slechts worden aangewezen:
a. geslachten en soorten die vatbaar zijn voor aantasting door bacterievuur;
b. gebieden die van bijzondere betekenis zijn voor de bedrijfsmatige teelt van boomkwekerijgewassen en in bijzondere gevallen gebieden waarbinnen een opplantverbod van bijzondere betekenis is voor een doelmatige bestrijding van bacterievuur.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, voor:
a. een door hem bij ministeriële regeling aan te wijzen vorm van bedrijfsmatige teelt, alsmede op het bewaren en vervoeren ten behoeve van een zodanige teelt;
b. een door hem bij ministeriële regeling aan te wijzen gebied waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt.
2. Krachtens het vorige lid kunnen slechts worden aangewezen:
a. geslachten en soorten die vatbaar zijn voor aantasting door bacterievuur;
b. gebieden die van bijzondere betekenis zijn voor de bedrijfsmatige teelt van boomkwekerijgewassen en in bijzondere gevallen gebieden waarbinnen een opplantverbod van bijzondere betekenis is voor een doelmatige bestrijding van bacterievuur.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, voor:
a. een door hem bij ministeriële regeling aan te wijzen vorm van bedrijfsmatige teelt, alsmede op het bewaren en vervoeren ten behoeve van een zodanige teelt;
b. een door hem bij ministeriële regeling aan te wijzen gebied waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt.