BWBR0003632
Geldig vanaf 1998-10-23
Artikel 3
Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel
1. Betrokkene is voor het van rijkswege verstrekte genot van woning en verdere verstrekkingen in die woning aan het Rijk een bedrag verschuldigd overeenkomende met de hierna genoemde percentages van zijn berekeningsbasis:
a. voor woning: 12%,
b. voor verwarming van de woning: 2,4%,
c. voor energie voor kookdoeleinden: 0,9%,
d. voor elektrische energie, anders dan voor verwarming van de woning en voor kookdoeleinden: 0,9%,
e. voor leidingwater: 0,4%,
zulks met inachtneming van door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te geven maxima voor de verstrekkingen, bedoeld onder bt/m e.
2. Indien betrokkene aantoont, dat de huurwaarde van de woning voor de heffing van de inkomsten- en loonbelasting minder bedraagt dan het op grond van het bepaalde in het vorige lid geldende bedrag wegens het genot van woning, wordt het verschuldigde bedrag op dat van die huurwaarde gesteld.
a. voor woning: 12%,
b. voor verwarming van de woning: 2,4%,
c. voor energie voor kookdoeleinden: 0,9%,
d. voor elektrische energie, anders dan voor verwarming van de woning en voor kookdoeleinden: 0,9%,
e. voor leidingwater: 0,4%,
zulks met inachtneming van door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te geven maxima voor de verstrekkingen, bedoeld onder bt/m e.
2. Indien betrokkene aantoont, dat de huurwaarde van de woning voor de heffing van de inkomsten- en loonbelasting minder bedraagt dan het op grond van het bepaalde in het vorige lid geldende bedrag wegens het genot van woning, wordt het verschuldigde bedrag op dat van die huurwaarde gesteld.