In afwijking van het bepaalde in artikel 1gelden ten aanzien van jongeren, die werkzaam zijn in een sociaal werkverband als bedoeld in
artikel 10 van de Wet Sociale Werkvoorziening(Stb. 1967, 687) of wel daarin door gebrek aan plaatsingsmogelijkheden feitelijk nog niet werkzaam zijn, terwijl ze wel definitief voor plaatsing zijn aangemerkt, de volgende voorschriften:
a. Een eerste toelating tot een instituut is mogelijk voor hen, die bij de aanvang van het cursusjaar nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt;
b. Zij die met inachtneming van de voor hen geldende leeftijdsgrens tot een instituut zijn toegelaten worden in de gelegenheid gesteld een educatief programma van maximaal drie achtereenvolgende jaren te volgen.