BWBR0003569
Geldig vanaf 1983-02-01
Artikel 3
Samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid
1. Onder inkomsten uit arbeid, als bedoeld in de artikelen 33, eerste lid, en 34, eerste lid, van de AAW, en de artikelen 44, eerste lid, en 45, eerste lid, van de WAO, worden mede begrepen de volgende uitkeringen, indien deze ter zake van die arbeid worden verleend:
a. een uitkering krachtens de ZW, waaronder begrepen een uitkering op grond van artikel 46 van die wet;
b. een uitkering bij ziekte krachtens een regeling, welke geldt voor personen, die op grond van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de ZW niet ingevolge die wet verzekerd zijn;
c. een uitkering bij ziekte krachtens de sociale wetgeving van een andere mogendheid;
d. een uitkering krachtens de WW;
e. een uitkering bij werkloosheid krachtens een regeling, welke geldt voor personen, die op grond van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de WW niet ingevolge die wet verzekerd zijn;
f. een uitkering bij werkloosheid krachtens de sociale wetgeving en een andere mogendheid;
g. een uitkering als bedoeld in de artikelen 6 en 51 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, alsmede een uitkering verleend krachtens een verordening als bedoeld in artikel 131 van laatstgenoemde wet.
2. Onder inkomsten uit arbeid als bedoeld in de artikelen 33, eerste lid, en 34, eerste lid, van de AAW en de artikelen 44 eerste lid, en 45, eerste lid, van de WAOwordt niet begrepen:
a. vakantietoeslag;
b. aanspraak op vakantietoeslag;
c. bedragen, uitbetaald als beloning voor overwerk;
d. toeslag, uitbetaald als beloning voor arbeid verricht buiten de gebruikelijke werktijden.
3. Voor de toepassing van de artikelen 34, eerste lid, van de AAW en 45, eerste lid, van de WAO, wordt onder inkomsten per dag verstaan de som van in een kalendermaand genoten inkomsten gedeeld door het aantal uitkeringsdagen in die maand.
a. een uitkering krachtens de ZW, waaronder begrepen een uitkering op grond van artikel 46 van die wet;
b. een uitkering bij ziekte krachtens een regeling, welke geldt voor personen, die op grond van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de ZW niet ingevolge die wet verzekerd zijn;
c. een uitkering bij ziekte krachtens de sociale wetgeving van een andere mogendheid;
d. een uitkering krachtens de WW;
e. een uitkering bij werkloosheid krachtens een regeling, welke geldt voor personen, die op grond van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de WW niet ingevolge die wet verzekerd zijn;
f. een uitkering bij werkloosheid krachtens de sociale wetgeving en een andere mogendheid;
g. een uitkering als bedoeld in de artikelen 6 en 51 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, alsmede een uitkering verleend krachtens een verordening als bedoeld in artikel 131 van laatstgenoemde wet.
2. Onder inkomsten uit arbeid als bedoeld in de artikelen 33, eerste lid, en 34, eerste lid, van de AAW en de artikelen 44 eerste lid, en 45, eerste lid, van de WAOwordt niet begrepen:
a. vakantietoeslag;
b. aanspraak op vakantietoeslag;
c. bedragen, uitbetaald als beloning voor overwerk;
d. toeslag, uitbetaald als beloning voor arbeid verricht buiten de gebruikelijke werktijden.
3. Voor de toepassing van de artikelen 34, eerste lid, van de AAW en 45, eerste lid, van de WAO, wordt onder inkomsten per dag verstaan de som van in een kalendermaand genoten inkomsten gedeeld door het aantal uitkeringsdagen in die maand.