BWBR0003544
Geldig vanaf 1983-01-06
Artikel 2
Instelling Adviescommissie bijwerkingen geneesmiddelen
1. De Adviescommissie bestaat uit ten hoogste twaalf door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, benoemde leden, met inbegrip van de voorzitter en de secretaris, waaronder in ieder geval geneeskundigen met kennis en ervaring op het terrein van de inwendige ziekten en op het terrein van de klinische farmacologie, alsmede een apotheker met kennis en ervaring op het terrein van de farmacotherapie.
2. De Adviescommissie kan zich met betrekking tot de uitvoering van haar taak over bepaalde onderwerpen in haar vergaderingen doen voorlichten door personen die terzake een specifieke deskundigheid bezitten.
3. De Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid voor de geneesmiddelen en de Geneeskundige Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid, alsmede door hen daartoe aangewezen onder hun bevelen werkzame ambtenaren, kunnen de vergaderingen van de Adviescommissie bijwonen. Aan de hoofdinspecteurs en de door hen aangewezen ambtenaren wordt tijdig kennis gegeven van de te houden vergaderingen onder toezending van de agenda en de bijbehorende stukken.
2. De Adviescommissie kan zich met betrekking tot de uitvoering van haar taak over bepaalde onderwerpen in haar vergaderingen doen voorlichten door personen die terzake een specifieke deskundigheid bezitten.
3. De Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid voor de geneesmiddelen en de Geneeskundige Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid, alsmede door hen daartoe aangewezen onder hun bevelen werkzame ambtenaren, kunnen de vergaderingen van de Adviescommissie bijwonen. Aan de hoofdinspecteurs en de door hen aangewezen ambtenaren wordt tijdig kennis gegeven van de te houden vergaderingen onder toezending van de agenda en de bijbehorende stukken.