BWBR0003528
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 19b
Wet vervoer over zee
1. De inning en terugbetaling van compenserende rechten geschiedt door de ontvanger, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0023746/artikel/1:3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet</a>, ware het een recht bij invoer.
2. Met betrekking tot de heffing en de invordering van compenserende rechten als bedoeld in artikel 19azijn de artikelen 89 tot en met 100 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269) en de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>van overeenkomstige toepassing.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de aangifte van een voorgenomen vervoer als bedoeld in artikel 19aen met betrekking tot daarmee samenhangende onderwerpen.
2. Met betrekking tot de heffing en de invordering van compenserende rechten als bedoeld in artikel 19azijn de artikelen 89 tot en met 100 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269) en de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>van overeenkomstige toepassing.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de aangifte van een voorgenomen vervoer als bedoeld in artikel 19aen met betrekking tot daarmee samenhangende onderwerpen.