BWBR0003524
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 8
Regeling ter uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur (Binnenlandse Zaken)
8.1. De openbaarmaking van adviezen van niet-ambtelijke adviescommissies en het doen van mededeling omtrent zodanige adviezen in de Staatscourant, als voorgeschreven in artikel 3, eerste respectievelijk derde lid van de wet, geschieden door de zorg van het hoofd van de stafafdeling Voorlichting.
8.2. Deze adviezen worden ter inzage gelegd op de leeszaal, bedoeld in artikel 5.2.
8.3. Bij de instelling van een adviescommissie, als bedoeld in artikel 8.1., wordt in de toelichting bij de instellingsbeschikking melding gemaakt van de in artikel 3 van de wet bepaalde openbaarmaking.
8.4. Over openbaarmaking van adviezen van ambtelijke dan wel gemengd samengestelde commissies, werkgroepen en andere adviesinstanties, werkzaam onder auspiciën van de minister van Binnenlandse Zaken, op een beleidsterrein dat de algemene publieke belangstelling heeft, beslist de minister na advies van het hoofd van de stafafdeling Voorlichting en van de leiding van het betrokken departementsonderdeel.
8.5. Bij aanvang der werkzaamheden van de in artikel 8.4. genoemde adviesinstanties zal – met inachtneming van het gestelde in aanwijzing 24 – door of namens de minister zo nodig mededeling worden gedaan van het voornemen van de minister tot actieve openbaarmaking van het uit te brengen beleidsadvies.
8.2. Deze adviezen worden ter inzage gelegd op de leeszaal, bedoeld in artikel 5.2.
8.3. Bij de instelling van een adviescommissie, als bedoeld in artikel 8.1., wordt in de toelichting bij de instellingsbeschikking melding gemaakt van de in artikel 3 van de wet bepaalde openbaarmaking.
8.4. Over openbaarmaking van adviezen van ambtelijke dan wel gemengd samengestelde commissies, werkgroepen en andere adviesinstanties, werkzaam onder auspiciën van de minister van Binnenlandse Zaken, op een beleidsterrein dat de algemene publieke belangstelling heeft, beslist de minister na advies van het hoofd van de stafafdeling Voorlichting en van de leiding van het betrokken departementsonderdeel.
8.5. Bij aanvang der werkzaamheden van de in artikel 8.4. genoemde adviesinstanties zal – met inachtneming van het gestelde in aanwijzing 24 – door of namens de minister zo nodig mededeling worden gedaan van het voornemen van de minister tot actieve openbaarmaking van het uit te brengen beleidsadvies.