BWBR0003520
Geldig vanaf 1982-10-13
Artikel 2
Vrijstelling van het bepaalde in artikel 42, eerste lid, Wet toezicht kredietwezen
1. Van het bepaalde in artikel 42, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen wordt vrijstelling verleend, indien het betreft het aantrekken van gelden legen uitgifte van waardepapieren aan toonder zoals zegels en dergelijke als onderdeel van een verkooptransactie in het groothandels industrieel of detailhandelsbedrijf.
2. Aan de vrijstelling als bedoeld in het eerste lid worden de volgende voor schriften verbonden.
a. het eigen vermogen van de uitgevende onderneming of instelling, onder aftrek van immateriele activa dient ten minste f 500 000, – te bedragen.
b. per verkooptransactie, als bedoeld in het eerste lid, mag voor een bedrag van ten hoogste een vierde van de verkoopprijs aan zegels en dergelijke worden verkocht;
c. jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar dient de uitgevende onderneming of instelling haar jaarrekening (waaronder wordt verstaan de balans en de winst- en verliesrekening met als bijlage een toelichting op deze stukken) in. In de jaarrekening wordt het bedrag van het eigen vermogen als bedoeld onder a vermeld; de jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring van hetzij een registeraccountant, hetzij een deskundige die overeenkomstig artikel 102, eerste lid, tweede zin, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek door de Minister van Economische Zaken bij herroepelijke vergunning is toegelaten op grond van een bewijs van bekwaamheid dat in het buitenland is verkregen; in afwijking daar van kan in een onderneming of instelling, behorende tot het midden- en kleinbedrijf, worden volstaan met een rapport van bevindingen van een accountant administratieconsulent De jaarrekening en de daarbij behorende stukken worden gezonden naar De Nederlandsche Bank N.V.
2. Aan de vrijstelling als bedoeld in het eerste lid worden de volgende voor schriften verbonden.
a. het eigen vermogen van de uitgevende onderneming of instelling, onder aftrek van immateriele activa dient ten minste f 500 000, – te bedragen.
b. per verkooptransactie, als bedoeld in het eerste lid, mag voor een bedrag van ten hoogste een vierde van de verkoopprijs aan zegels en dergelijke worden verkocht;
c. jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar dient de uitgevende onderneming of instelling haar jaarrekening (waaronder wordt verstaan de balans en de winst- en verliesrekening met als bijlage een toelichting op deze stukken) in. In de jaarrekening wordt het bedrag van het eigen vermogen als bedoeld onder a vermeld; de jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring van hetzij een registeraccountant, hetzij een deskundige die overeenkomstig artikel 102, eerste lid, tweede zin, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek door de Minister van Economische Zaken bij herroepelijke vergunning is toegelaten op grond van een bewijs van bekwaamheid dat in het buitenland is verkregen; in afwijking daar van kan in een onderneming of instelling, behorende tot het midden- en kleinbedrijf, worden volstaan met een rapport van bevindingen van een accountant administratieconsulent De jaarrekening en de daarbij behorende stukken worden gezonden naar De Nederlandsche Bank N.V.